En wie waagt er te zeggen,
dat de boeren dom zijn? Ik bied u daar een historie van,
luister. Een boer en een edelman kwamen gebeiden over het kerkhof
en langs het knekelhuiske. Daarbinnen ontwaarden
zij een
geduchten
stapel beenderen. Toen vraagde de edelman den boer,
of deze vermocht
te onderscheiden wèlke beenderen stamden van
édellieden en wèlke van boèren. De boer vond geen antwoord.
De edelman zegde hem: — Wat zijt gij, boeren, toch ganzen;
weet gij niet, dat de witte den edelman kenbaar maken en de
zwarte en grove den boer? De boer en de edelman nu, wandelden
verder, verlieten het kerkhof en bereikten de galgplaats, alwaar
eenen menigte van witte knoken
t'hoope geworpen waren. En de
boer zegde, wijzend: — Heer, ge waart in uw recht, thans zie ik
helder
dat dat witte beenderen zuiver den edele luyden gehoorig
zijn…