bladzijde << 11 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

GOD SCHEPT DEN DAG…

Nog grauwdewoord de nacht over Dammewiki en Vlaanderen. Nieverswoord roerde er entwatwoord noch leefde er eenig gerucht te velde en binnen de vestewoord. Dammewiki sliep lijkwoord of het nimmermeer ontwaken zoude, sliep, schierwoord versmolten met de duisternis en erin verloren. Alleen den toren van de kerk had de nacht niet te veroveren vermochtwoord; nachtelijker dan de nacht stond hij, hoog en druistigwoord en geknot ten top, naar den maanloozen hemel, alwaar het wemelde van witte werelden, die de sterren zijn. De klok van het raadhuis klepte, de klanken zinderden kort uit en het was nadienwoord als ware de stilte niet verstoord geworden. Een ster versprong, stortte loodrecht in de westelijke zwarte ruimte. toen was het, dat van den zeekant de wind aanreed over de vlakten, een zacht ruischen, 'twelk de laag over de meerschen en akkers zwevende voorjaarsnevelen licht uiteenwoei — en oostwaarts scheen het een luttelwoord als ving het donker te zwichten aan.

Maar boven Dammewiki trilden de sterren gelijkwoord tevoor.

Een weêr klepte mager de uurslag van het raadhuis, zweeg. De wind voerde, pal hierop, een bijkanswoord eendere belklank aan, uit een dorp entwaarwoord, zwak klinkend. In een popelboomwoord aan de roerlooze Brugsche vaartwiki hief een merel den kop uit de borstveeren, dook hem terug in de eigen warmte en een ding, een rat,

11
© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl