bladzijde << 13 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

— Mijn-Heer Pastoor, ook ik heb eens op uwe armen gepeisdwoord en ziehier de vrucht ervan.

Het gebaar van den ApothekerSpiessens ontroerde Pastoor PonckePoncke waarlijk en gesmoord antwoordde hij:

— Dat is wèlwoord van u, Mijn-Heer SpiessensSpiessens, uitermate welwoord van u… maar… ik tel vier florijnen daar op uwen palm… hm… vier is een prontwoord getal, Mijn-Heer SpiessensSpiessens, doch het getal vijf is schóónerwoord, nietwaar? Ik wilde zeggen, Mijn-Heer SpiessensSpiessens, voeg er, ter eere Gods en voor uw eigen pleizier, ééne florijn bij, schenk mijne schamelen er vijf!

— Neen, weerde de ApothekerSpiessens, — vier is mijn gedacht, vier is…

De droom brak af.

Pastoor PonckePoncke ontwaakte en knipperde met de oogleden. Héé!, meende hij oprecht verwonderd, en rapwoord lookwoord hij de oogen van her en zegde, de hand gestrekt boven de sargiewoord:

— Het is in orde, Mijn-Heer SpiessensSpiessens, geef mij de vier dan maar, ik ben contentwoord.Hodja

Héé!, vond Pastoor PonckePoncke wederom alswoord zijn hand ijdelwoord bleef. Hij opende spijtig de oogen, schoof den rug hooger tegen de peluwwoord op en hoorde naar buiten, naar den hof, alwaar de haan, na een korte pauze, ten tweeden male den bek opende en er een verschen roep door dreef, den morgen in. Ha, zulk een haan te bezitten, zoo fraai glanzend en bont van couleurenwoord, zoo kloek van bouw — een haan met zulk een onnavolgbaar geluid!

Pastoor PonckePoncke monkeldewoord inwendig en staarde naar het reeds blanke raam. Ha, zijn Pieter de ConinckPieter: immer de eerste onder de hanen van Dammewiki en deze uit het omliggende om den dag te melden! En, hoort: nu PieterPieter verstomd was, kwamen de ànderen los, de dorpshanen en de hanen van de hoevenwoord.

Pastoor PonckePoncke zag in zijn verbeelding zijnen PieterPieter gespitst en

13
© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl