bladzijde << 16 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

handsvollen smeet hij het voeder door de afrastering. De hoenderswoord tumultueerden dat het een aard had, kapten naar de atewoord, kapten venijnig naar malkanderen… Prontwoord 'lijk in de wereld van de menschen, meende Pastoor PonckePoncke,… prontwoord gelijkwoord in mijn parochiewoord. Zuiver de haan behield zijn bedaardheid, hing den BaljuwBaljuw uit… of PonckePoncke!, meesmuilde de pastoor. Hij verliet zijn pluimvee teneindewoord een emmer water te akerenwoord uit den welput. Met den gevulden emmer tordwoord hij ter stal, alwaar SocratesSocrates hem verwellekomde met een gorgelend gebalk.

— Bú-ú-úh!, beantwoordde pastoor PonckePoncke Socrates'Socrates uchtendgroet — want hij beleed den grondregel, dat men de dieren zoo vlot mogelijk bescheidwoord te doen heeft in hunne spraak, en hij vervolgde daarop:

— Hier, lesch uwen eeuwigen dorst, SocratesSocrates!

De ezel slurpte gierig, stietwoord per slot den emmer om.

— Daar hebt ge 't nu, vermaande Pastoor PonckePoncke, — haast schaadt immer, SocratesSocrates! Al zijt ge, blijkens het zwart haarkruis over uwen rug, vermaagschaptwoord aan het ezelke, dat Ons-Heer feestelijk binnen Jeruzalem droeg Matteus 21:1Marcus 11:1Lucas 19:29Johannes 12:13 —, Ons-Heer zoude, SocratesSocrates, mocht Hij te dezer stond op aarde weêrom verschijnen, niet ú uitverkiezen voor rij-beest, uit oorzaak van uwe drifttuimenwoord, mijn Vriend. Voor PonckePoncke echter zijt ge wélwoord genoeg, PonckePoncke is Ons-Heer niet, 'laas. Hij is een zondaar gelijkwoord gij. Zijn zonde heet hij een zusterke van uwe grootste zonde: zijn eeuwige dorst, SocratesSocrates. Dórst, níet naar water, doch naar wijn. Maar hij morst met zijn vocht niet zoo deerlijk als gij met het uwe. Ware het uwe echter geen water, doch wijn, gij zoudt, me dunkt, geen droppelken laten teloorgaan. Waarlijk, een dorst gelijkwoord de onze is een zonde, want een onfraaie begeerte naar immer meer. Bijaldienwoord zal een onzacht vagevierkewoord ons deel zijn, SocratesSocrates. Vergeten wij evenwel niet de goddelijke genade.

© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl