bladzijde << 22 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

vervloog in het Nergens en bevond hij zich weder PonckePoncke te wezen. Hij trok de hand van de klink en diepte uit den zijzak zijner soutanewoord zijn zilveren snuifdoos te voorschijn, waarop de KatherinaKatherina met heurwoord martelrad fijn-zinnig stond uitgeblutst, beklopte het deksel met den wijsvingerknokkel, opende de doos en vergastte zich op prisewoord. Pastoor PonckePoncke was een versnoekt snuiver alhoewel hij menigwerfwoord tegen de snuif preekte, of liever tegen de overmatige snuiverij. : — Snuif, o mijne beminde parochianenwoord, soberlijk… gelijkwoord ik-zelve het zoo gaarne zoude willen doen, verklaarde hij alsdanwoord. — Overmatigheid stamt van den duivel en het is maar goed, dat mijn kleed mij schut. Gij echter, beminde parochianenwoord, draagt dit schuttend kleed niet. Weest dus op uw hoede en acht mij in dezen geen exempelwoord. Sobrii estote et vigilate.spreuken Houdt uwen geest helder en waakzaam. Amen.

Na de dubbelprisewoord met behagen opgesnoven te hebben zonder dat er eene niezing op volgde (puur een aangename kitteling omhoog naar de hersenen), monsterde Pastoor PonckePoncke de lucht en de groote blanke zomerwolk, die over hem vaarde… God zou heden een schoonenwoord dag smeden. Labora sicut bonus miles Christi.1spreuken Ik heb goestewoord in mijn eike. En daarna tijgwoord ik te brevierenwoord, overlegde Pastoor PonckePoncke bij zichzelve, terwijl hij de snuifdoos opbergde. En hij betrad zijn moeshof.

Pastoor PonckePoncke verorberde zijn ontbijt gemeenlijkwoord in de keuken en met KatrijneKatrijne als dischgenootewoord.

KatrijneKatrijne vischte juist zijn eike uit den koperen moor toen hij voet zette op den keukendrempel. Pastoor PonckePoncke liet zich neer op zijne zatewoord.

Katrijne-dochterKatrijne, de dag proeft aan het verhemelte lijkwoord wijn van Champagne. Gij hebt deze wijnsoort nog nooit gesmaakt?

© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl