bladzijde << 27 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

niet van tierelantijnen. God mede is een BaljuwBaljuw. God baljuweert over het Heel-Al. Zoude Hij den Baljuw HemerijckBaljuw dan niet herkennen? En vernaamt gij ervan, dat God den apothekersstielwoord bedreef? Daarbij: eenmaal jaarlijks verscheen de BaljuwBaljuw onder Gods oogen, bezocht hij de nachtmis van kersttij, teneindewoord de geboorte van Christus te vieren, Dien hij voluit heette: den grootste van alle mannen, die, sedert duizenden van jaren, de verblinde vlam van hun wezen over de zwarte ster der aarde hadden doen schijnen.

Aldus peinsdewoord Pastoor PonckePoncke over de kwestie en een zweem dierwoord sedert lang verworven conclusie doorvleugde hem het brein, terwijl hij den zuren ApothekerSpiessens breedelijk wedergroette.

De ezel SocratesSocrates wandelde statig voort. Pastoor PonckePoncke prees diens loopwijze bijsterwoord nobel. Op hem zittend ervoert gij het geenszins, dat gij ruiter waart; hij droeg u gelijkwoord u een uitgelezen zetelstoel draagt; ge deindet amper en waart bijwijlenwoord genegen het lijf lavei-zuchtigwoord achterover te hellen en de oogen pleizierig te luiken en een tukske te snappen, gelijkwoord hij het, een loomen zomerdag in vroom vertrouwen waagde — op poene van een tuimeling op de zandbaanwoord.

SocratesSocrates had thans het Marktplein bereikt en schreed aan op het raadhuis. Aldaar, op het bordes, kouttewoord de Baljuw HemerijckBaljuw, gekleed in scharlaken rok en zilverdraadvest met Leuvensche kruifjabotwoord, met den eerste-schepene FonteyneFonteyne, een rondlijvig manneke in kanariegele slipfrakwoord en lange geruite hoozewoord en hoogen witten hoed naar Engelsche mode. PonckePoncke bespeurendwoord staakte de BaljuwBaljuw het gesprek en wonkwoord.

— Ho, SocratesSocrates!, gebood Pastoor PonckePoncke.

SocratesSocrates hield stil onder de balustrade. De machtigewoord gebuikte BaljuwBaljuw lichtte met zwier den bruinfluweelijnen driekanthoed van

27
© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl