bladzijde << 31 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

huidige gedaante Noë's wijngaardGenesis 9:20 betreden had, Noë hadde hem met zijne zonen er uit gezonden als een onwaardige. Overigens een braaf man, de Notaris VercuyckVercuyck, SocratesSocrates. De koetse vertrekt. Geheel een braaf man — uitgeweerd het punt van de versmading, welke een beleediging Gods behelst, dunkt het mij. God schiep ons den wijn als een zijner blijdste gaven, geloof mij, mijn Vriend. Hoogelijk geloofd zij de Heer-God vanwege den wijn. Zoo weze 't, nu en in alle eeuwigheid.

Zij waren thans buiten Dammewiki, op de baanwoord naar Bruggewiki gekomen en Pastoor PonckePoncke hief den brevierwoord tot dicht onder de oogen en las prevelend de gebeden tot heil der wereld en zijne parochianenwoord. Brevierenwoord was voor hem: spreken met God. Elk woord glansde mystisch en dit glanzen deelde zich mede aan zijn gemoed. De aardsche dingen rondom bestonden niet langer en van hem zelve resttewoord niets meer dan zijn zwaartelooze ziel. : — Een waarachtig meditatief brevierendwoord priester wordt Ruusbroecwiki in het Soniënboschwiki, verklaarde hij meermaals, — een opgetrokkene in God, een glorieus verloren, een eeuwigheidsverwerver.

Een kwart uur lang stapte SocratesSocrates langs den boord der Brugsche vaart. Over het smalle water scheerden de eerste zwaluwen. Ginds in de bocht gleed een beurtschuitwoord aan; het jagerke te ros djakte lustig met zijn zweep in de hellen uchtend. Pastoor PonckePoncke verkeerde alsdanwoord in overaardsche regionen. Op een moment stak SocratesSocrates de baanwoord over. Pastoor PonckePoncke brevierdewoord.

— Goêndag, Mijn-Heer Pastoor! Zijt gij niet falikant op weg?

— Héé…, schrok Pastoor PonckePoncke op en bliktewoord den spreker, een spittenden daggelderwoord, verdroomd in het verweerd wezen.

— Zijt gij niet falikant op weg, met permissie, Mijn-Heer Pastoor?

Pastoor PonckePoncke keek rondom zich. Van een gaanpad geen spoor.

31
© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl