bladzijde << 32 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

SocratesSocrates voerde hem dwars een bloot veld over. Hij schudde ontkennend het hoofd.

— Neen, bescheiddewoord hij, — ik ga daarheen waar SocratesSocrates wil. Vrede zij u, die de aarde bebouwt, aarde zijt en aarde eet. En hij verzonk terug in zijn vorige aandacht — tot hij na een wijlewoord van her uit de onttogendheid naar het ondermaansche ontwaakte door een eigenaardige gewaarwordingwoord, het almeteenen tastend gissen, hoe er entwatwoord uit den haak gerochtwoord was met den breviertochtwoord. En dan zàg hij zijn hachelijken toestand. SocratesSocrates namentlijk had de voorste pooten neergeplant ten uitersten rand eener versch en diep en steil afgegraven akkergracht en de leem bezweek traag, doch duidelijk zichtbaar onder zijne hoeven en kluitkens riezelden reeds omneer in het moerzwarte water. SocratesSocrates besefte voorzeker het gevaar en hield zich stijf en roerloos. Hierin lag zijn eenig verweer. Men kan zijn noodlot niet ontvlieden. SocratesSocrates begreep dit secuur. En Pastoor PonckePoncke ging het eveneens begrijpen en diens verzet uittewoord zich in een schietgebed, dat het zwak doorschichttewoord: …Gij, die een gehangene op uwe handen omhoogstuwdet, zoodat de strop werkeloos wierdwoord, Moeder-Gods sta ons bij en redt mijnen toogwoord van een bezoedelingwoord…!

De bodem onder SocratesSocrates zwichtte griffer. Grootere leemkluiten pletsten in het water. …Accidit in puncto, quod non speratur in anno1spreuken, meende pastoor PonckePoncke, die in onbeweeglijkheid SocratesSocrates evenaarde. Plop! Een vette puidwoord joepte van de overzijde de gracht in. De onverhoedsche gebeurtenis veroorzaakte bij SocratesSocrates zulk een verschotwoord, dat hij ruklings en half struikelend achterwaarts sprong. Een geduchtewoord bonk leem scheurde af, plompte log in de diepte. Doch SocratesSocrates en Pastoor PonckePoncke, die bijkanswoord uit het zadel gestort was, waren behouden.

© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl