bladzijde << 34 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

Si Deus pro nobi, quis contra nos?1spreuken De Heere stuurde ons de puidwoord en men moet dank weten te wijten aan een knecht Gods. De daad bij het woord voegend, vingerde Pastoor PonckePoncke uit zijn zijzak twee halve sollekeswoord voor den dag en wierp ze de onder water verzwonden vorsch toe, zeggende:

— Hier, mijn vriend, om koekskes voor te koopen.

Hij liet SocratesSocrates keeren en gisptewoord onder het voortgaan:

— Gij zijt een ijdeltuit, SocratesSocrates! Teneindewoord de eigen schoonheidwoord — gij zijt schoonwoord, daar niet van, mijn Vriend —, teneindewoord u weerkaatst te weten in een waterspiegel en u in u te vermeienwoord, biedt gij niet alleen u-zelf, maar ook mij, prijs aan een ongevraagd modderbad. Zekerlijk mijn Vriend, modder heeft de beheptheid ijzerdeelen in-te-houden, hetwelk bijvoorbeeld het flericijnwoord zeer te stade komt. Maar ik lijd niet aan het flericijnwoord, SocratesSocrates —, ik lijd puur en rijkelijk aan de kwellingen van eksteroogen onderhevig, waartegen barbier, chemist noch doctoor een radicaal middel kent. Ganschwoord uwe doeningwoord sproot dus voort uit belachelijke eigenliefde, die u uwe taak veronachtzamen deed. Het eenige wat gij bereikt hebt, mijn Vriend, is mij schokken in het door mij op u gesteld vertrouwen. Stak de duivel zijnen doorn in uw hart, SocratesSocrates, en vergat hij het godsteeken op uwen rug? Ik wil niet achterdochtig zijn, ik wil gelooven, dat gij efkes afweekt van uwe devoorenwoord — hetgeen elkendeenwoord geschieden kan, die een grein openstaat voor onzalige inblazingen. Waakt voortaan, SocratesSocrates! Vigilate!2spreuken

Pastoor PonckePoncke zweeg, liet den teugel uit de linkerhand glippen: voor SocratesSocrates een gebaar van herwonnen vertrouwen. Den labeurendenwoord, vraagreeën daggelderwoord genakendwoord, sprak hem Pastoor PonckePoncke welwillend:

© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl