bladzijde << 36 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

den, blinkenden reiger na. Allerwegen tintelde de lente, omhoog en omlaag, mijmerde hij. De beemdenwoord zouden rapwoord vol kersouwkeswoord prijken, de granen hóóger-halmig wiegen en wuiven, de boogaardswoord sneeuwig bloemen, de popelswoord dieper zingen en de leeuwriks veelvuldiger fluitenieren verloren in het blauw. Seizoen na seizoen zou wentelen over de wereld, leven dóód baren, dood léven. Ziehier de ontzaggelijke zin van het bestaan. Eén zijn dood en leven. Dood is een drogbeeld en de menschen enkel, 'laas, duchten hem. Zij, die God bijkanswoord vermogenwoord te verstaan, zij doorpeilenwoord minder van God dan het graspijlken. Schoonwoord is het onvergankelijke leven. Het is God-zelve! Waaruit gij en ik weer leeren, SocratesSocrates, dat de snuif slechts den satan verdrijft en niet God, want, contrariewoord Hem mij scherper verzichtbaart in Zijne onnavolgbare werken. Ho, mijn vriend!

SocratesSocrates stond stil voor het wijd geopend venster van het eerste huizinkske. Daarbinnen, op zijn schraagdischwoord, was met gekruiste beenen Sanderken TeirlinckSanderken gezeten, het snijderken der armen van Dammewiki. SanderkenSanderken fliktewoord naarstig aan een blauwen boerenkiel. SanderkenSanderken was een grauw manneke, grauw waren zijne oogen, grauw zijn gelaatskleur, grauw zijne handen, grauw zijne sluike haren, grauw zijn kleedij. Vóór jaren bleef SanderkensSanderken huisvrouw in heurwoord eerste kraam mèt het kind. Hij had niet meer willen herhuwen. God jondewoord hem geen vrouwmensch, helderwoord zaagtwoord ge het aan den wreeden slag waarmede God hem sloeg, veronderstelde hij. Nog een anderen wreeden slag had God voor SanderkenSanderken weggelegd. Zijn tweelingbroer, CyrielCyriel, snijdersgast binnen Gentwiki, had zich, zes maanden verleênwoord, verdaan met een koord aan den zolderbalk. SanderkenSanderken had veel van zijn broer gehouden. De marewoord van CyrielsCyriel dood ontwrichtte hem heftig. Dag en nacht zag hij CyrielCyriel in de klauwen van den Verkeerde, die hem roosteren zou voor eeuwig in den schrikkelijken helle-

© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl