bladzijde << 39 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

ken. Elke lach en elk lied geldt den Heer-God een felle beê. Sint FranciscusFranciscus zou het u kunnen getuigen. De nachtegaal was ijverzuchtig op hem, SanderkenSanderken. Beloof mij nu, dat ge…

SanderkensSanderken monkelingwoord verstierf bereidswoord. Mat zegde hij:

— Gij hebt vlot spreken, Mijn-Heer Pastoor, maar hierbinnen (SanderkenSanderken wees op zijn borst) wroet het bitter. Ik peinswoord somtemetswoord

Hij brak af, ontweek Pastoor PonckesPoncke blik.

— Tja, SanderkenSanderken —, tja… Nochtans, het leven blìjft onveranderlijk schoonwoord. Ontdek van her de schoonheid van het leven en in uw hart zal goddelijke wijsheid bloeien.

— Ik, zegde SanderkenSanderken zacht, — ik zal ernaar trachten, Mijn-Heer Pastoor…

— Fiat, SanderkenSanderken. Allo, SocratesSocrates!

Pastoor PonckePoncke reede de armenwijk door. Behalve eenige slonzige pagadderswoord, die in de goot speelden en een paar dwalende honden, vertoonde zich geen ziel in de straat. Zoodra Pastoor PonckePoncke opdaagde hadden de over hunne halfdeurkens hangende klappeienwoord de wijk binnenshuis genomen. Pastoor PonckePoncke was een gevreesd man, gevreesder dan de schoutrakkerswoord. Lijkwoord in een boetsermoenwoord kon hij het door hem betrapt luilakkend vrouwvolk hard in het gemoed porren: — Ora et labora.spreuken Bidt en slameurtwoord. Gij verricht het een noch het ander, terwijl uwe venten hun eigen voor u in het zweet beulen. Uw huishoud laat gij verkommeren. De noen-atewoord, op het allerlestewoord gekookt, is zwijnswoord-atewoord en gij biedt haar uwen huisman, sprekend: — Lebber met lust, kerel! Zoodoende plaatst gij hem op eendere lijn met de zwijnenwoord. Zóó zijt gij: de schand van mijn parochiewoord en een gruwel voor God. Wilt gij, dat ik uw schand veropenlijk, met uwe namen erbij, voor het aanschijn van geheel Dammewiki? Schrob uwe vloeren, kuischwoord uwe

39
© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl