bladzijde << 40 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

kasten, kook gelijkwoord voor den koning — uw pastoor vordert zulks van u af!

Pastoor PonckePoncke hoorde in het langstijgenwoord de wijven met potten en pannen rumoeren, zag, hier en daar, er eene nadrukkelijk een emmer water door heurwoord gangske stroelenwoord. Ha, op diergelijkewoord triomfen zou de BaljuwBaljuw in geen eeuw kunnen bogen — hìj, Pòncke, behoedde Dammewiki voor verder verval, en bereidde het voor op herstel van den vroegeren tierigen staat. Heb het wijfwoord onder uwen duim, ge hebt stad en wereld eronder en kunt kneden naar believen!

PonckePoncke riep de kinderen bij zich en verschonk hun een kruiske. Zij begeleidden hem tot aan het einde der buurt, alwaar hij op Corneel CaboorCorneel, den grafmaker botste. — God en PonckePoncke kunt gij niet ontloopen, Corneel CaboorCorneel. Gaat ge mijn hofke nog tijelijker verwaarloozen, vriend? Wilt gij het een barre woestijn zien worden, Vlaanderen tot Libije maken? Dooden en levenden beklagen zich over u, welig woekert het onkruid op de graven en even welig woekert niemendalwoord op mijnen akker. Het is of er een vloek over mijn veld ligt — en hij lìgt er en heet Corneel CaboorCorneel.

— Van een misvormd mensch gelijkwoord ik, Mijn-Heer Pastoor, moogt ge niet alles verwachten. Ik geef toe gebrekkelijk in mijn werk te zijn, zoo gebrekkelijk lijkwoord het mij verleend lichaam is.

— Uw lichaam is niet gebrekkelijk.

— Zoo — en mijn bochel dan?

Pastoor PonckePoncke betastte uitvoerig Cornelis bochel en verzuchtte: — CorneelCorneel, CorneelCorneel, gij verwijt uwen Schepper valschelijkwoord. Uw bochel dunkt mij zoo volkomen als maar mogelijk is. Daarom moest gij God diep erkentelijk wezen.

De grafmaker bliktewoord Pastoor PonckePoncke met groote verbijsterde oogen aan. Tevergeefs zocht hij naar een weerwoord.

© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl