bladzijde << 58 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

toogwoord den toegang? Onmanierlijk, acht ik zulks. Danke, KatrijneKatrijne, ge hoeft op niets te wachten. Het briefke zal ik seffenswoord lezen. Danke, KatrijneKatrijne.

KatrijneKatrijne verwijderde heurwoord. Pastoor PonckePoncke ripte het epistelwoord open. Het bleek hem door een vrouwehand geschreven. Hij las:

Eerwaardige Heer en Vriend,

Ach, er woekert een misbegripwoord tusschen u en mij. Ik sta eraan schuldig. Pardonneer mij, bidde ik U. Niet Uwe soutanewoord wenschte ik ten onzent, doch U, Uw persoon, want meer dan Uwe soutanewoord vereeren wij Pastoor Poncke-zelvePoncke. Kom gelijkwoord gij wilt, hoedanig ook uitgedost. En kom dadelijk. Gij gaaft mij eene fijne lesse. Vergeef mij mijne vrouwelijke hoovaardijewoord. Ik heb begrepen. Wij en de dischwoord beidenwoord U met ongeduld.

Me-Vrouwe Isabella ten HoogdaeleBaljuwin

Pastoor PonckePoncke stapte naar de keuken.

KatrijneKatrijne, dat briefke was van de BaljuwinBaljuwin. Ik moet naar het banket. Dat met de toogwoord berust op een misbegripwoord. Gij hebt hem terug in de spindewoord opgeborgen? Danke. Het spijt mij voor hem, want de BaljuwBaljuw weet het woord festijn in daad om te zetten. Het schijnt echter, dat ìk, Benedict PonckePoncke, de genoodigde ben. Het zal láát worden, KatrijneKatrijne. Dub niet op mij. Ik steek den sloterwoord bij bij. Goênavond, en goênnacht, KatrijneKatrijne.

Pastoor PonckePoncke drukte den tikwoord over de tonsuurwoord, verzekerde zich van zijn gaanstok met elpenenwoord bol, en verliet de pastorijwoord. Amper had hij in de BaljuwBaljuwhuizingwoord de bel doen galmen of een der BaljuwscheBaljuw huisdienaren opende hem. Hij trad binnen, duwde den goudgetresdenwoord dienaar zijn tikwoord en stok in de handen:

— Ik vertrouw mijnen tikwoord aan uw hoede toe. Veronachtzaam

© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl