bladzijde << 63 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

lompe onmanierlijkheid in het oor, waarop de SchepeneFonteyne minzaam loechwoord en hem bescheiddewoord met een: — Gij zijt zotwoord van zoo te denken, Mijn-Heer SpiessensSpiessens

Fruiten verschenen: guldelingen, reinetten, mei-zoeten, maagden, napolitanen, krieken, druiven, mandarijnkens.

Mijn-Heer VercuyckVercuyck, de doorzichtige hand begeerig uitstrekkend naar den fermsten sappigen peer en hem áánvattend, ontslipte de vrucht, zoodat zij ter vloere gerold ware, hadde niet een toeschietende dienaar haar in den val opgevangen. Hij was zinnens Mijn-Heer VercuyckVercuyck den peer te herreiken alswoord Pastoor PonckePoncke schielijkwoord onderschepte en hem in den palm bekwamwoord, en zeggend:

— Héé, hoe zelfs de onbezielde dingen den dood duchten en hem te ontvlieden pogen.

De dischwoord lachte, behoudens Mijn-Heer VercuyckVercuyck, die, na de schrale brauwenwoord lichtkens te hebben gefronst, effenwoord speurde naar een anderen buit.

Klaterend lachte de BaljuwinBaljuwin, schierwoord melodieerend. En zong van den weerslag harer stem ieverswoord het kristal?

Pastoor PonckePoncke spoelde de stukskes peer door den gorgel met pittigen chartreusewoord, en pelde zuinig een mandarijnken.

Mijn-Heer SpiessensSpiessens schimpte op de Jesuïetenwoord met hunne onderduimsche praktijken en besloot:

— …Meent gij niet met mij, Eerwaarde, dat zij de schandvlekken zijn der Kerk?

— Ik koester geenerlei meening hieromtrent, Mijn-Heer SpiessensSpiessens. Het is te zeggen: gij hebt goede en kwadewoord onder het Gezelschap. Doch ieder Jesuïetwoord, geloof mij, is een geleerde van belang. Ik geef toe, dat zij misschien tè geletterd zijn. Veel weten verduistert Gods gestalte aan het inwendig oog — dewijlwoord veel weten in waarheid is, Mijn-Heer SpiessensSpiessens, — niemendalwoord weten. Wie gelóóft durft te biechtenwoord nìets te weten. Zeggen véél of àlles

63
© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl