bladzijde << 71 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

— Ei, waarde Notarius, welk is het vocht, dat uw beker bevat? Water? Wàter? Bevèstigdet gij mijn bevroedenwoord niet, met geen mogelijkheid geloofde ik het.

Mijn-Heer VercuyckVercuyck kuchte eenige malen gewichtigwoord.

— Mijn gestel…, ving hij aan.

— Tja, uw gestel. Meen niet, dat gij het bevordert door den wijn te verwerpen.

— Water is de beste der dranken…

— bij ontstentenis van den wijn. Voorzeker. Maar weet gij wat water in werkelijkheid is, Notarius?

— Water is… eh, water is…

— …de oervorm van den wijn, vulde Pastoor PonckePoncke rad aan. — Wijn is water in zijne edelste positie. Denk op de bruiloft in CanaJohannes 2:1! Daar veranderde Jezus water in wijn. Zoude Hij er ooit aan gedacht hebben, het andersomme te bewrochtenwoord? Hoordet gij in uw leven, dat men water drinkt waar er wijn aanwezig is? Doch men drinke — ik hamerde er dozijnen wervenwoord op van den kanselwoord —, men drinke met mate, dat spréékt. Welk een baatwoord oogst een diepkrankewoord somtemetswoord door louter een bevochtiging van de lippen met een luttelwoord wijns. Wijn kan men heeten. de essencewoord van aarde, water en zon — een drie-eenheid, gelijkwoord gij bemerkt, een tresoorwoord ons door den Heer-God vanuit Zijne onmetelijke Liefde gespild. Den wijn verachten, Notarius, is eenigszins een ketterije, gij ziet het in, nietwaar? Ja, mijn inzicht is zoo eenvoudig lijkwoord de oplossing van het raadsel: waarom een cirkel rond is! Héé, gij zijt met de oplossing ervan niet op de hoogte? Ook gìj niet, Mijn-Heer SpiessensSpiessens? En gìj niet, Mijn-Heer FonteyneFonteyne? En gìj niet, BaljuwBaljuw? En gìj niet, Me-Vrouwe? En gìj evenmin, Mijn-Heer KoeckaertKoeckaert? Héé, dan zal ìk het u zeggen. Een cirkel is rond, dewijlwoord de Heere-God de maan niet vierkant wilde hebben. Ach, Vrienden, zijt gij filosofen, die een schamelen lach over entwatwoord

71
© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl