bladzijde << 78 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

Zij bracht hem heurwoord hoveken in. Gold zulks niet een blijzaam begin? Zij kriepte contentwoord: Wèlgekomen, mijn vent! Ai, wat hebt gij een haar aan uw kin… Beerwoord! Beerkenwoord! Och-arme…

De beren dansten.

Rusteloos.

Schepene FonteyneFonteyne zijne troniewoord zag kreeftrood en glinsterde van het zweet en zijn paruik schoof weerbarstig op één oor.

Ze vlijde hem prontwoord in haar polkwoord. Hij snorkte er zoo luid lijkwoord een kolk. Bagijnwoord hoorde ernaar: Meende: Ei, dat vaart raar Met dat heilige paterkesvolk! Beerwoord! Beerkenwoord! Och-arme…

Mijn-Heer Vercuyck'sVercuyck stem had een geluid alsof er dik lijnwaadwoord gescheurd wierdwoord en hij lichtte de spitse knieën telkens tot op navelhoogte en zijn perkamenten aangezichtshuid behield den van oudschen plooi. De stadsschrijverKoeckaert stampte alsof hij entwatwoord boosaardigs onder de hielen brijzelenwoord wilde en hij zong met stooten en snakte naar adem.

© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl