Zij bracht hem heur
hoveken in.
Gold zulks niet een blijzaam begin?
Zij kriepte content
:
Wèlgekomen, mijn vent!
Ai, wat hebt gij een haar aan uw kin…
Beer
! Beerken
!
Och-arme…
De beren dansten.
Rusteloos.
Schepene Fonteyne
zijne tronie
zag kreeftrood en glinsterde van
het zweet en zijn paruik schoof weerbarstig op één oor.
Ze vlijde hem pront
in haar polk
.
Hij snorkte er zoo luid lijk
een kolk.
Bagijn
hoorde ernaar:
Meende: Ei, dat vaart raar
Met dat heilige paterkesvolk!
Beer
! Beerken
!
Och-arme…
Mijn-Heer Vercuyck's
stem had een geluid alsof er dik lijnwaad
gescheurd wierd
en hij lichtte de spitse knieën telkens tot op
navelhoogte en zijn perkamenten aangezichtshuid behield den
van oudschen plooi. De stadsschrijver
stampte alsof hij entwat
boosaardigs onder de hielen brijzelen
wilde en hij zong met stooten
en snakte naar adem.