— Niets daarvan, mijn Vriend. Zijt gij vergeten wat ik er u heden
over verhaalde
?
— Néén, maar…
— Mijn Vriend, peins
niet, dat ik u niet erkentelijk ben voor uwe
raadgeving! Indien niemand erop trapt, lach ik met mijne
knobbelkes. Ik ben een wijs man. Ik won mijne wijsheid bij mijnen
nonkel
van moederszijde. Men zegt, dat hij boekskes dichtte
— nochtans zag ik nooit één zijner boekskes. Maar hij kwam
veelvuldig bij ons op logies. Ik geheug
hem mij als een rijzig
man
met een rooversbaard. Hij bereisde de landen van Oriënten als
koopman. : — Gij kunt, Benedict
, zegde hij mij bij elk bezoek,
— de wereld dóórkomen met twee wijsheden, onthoud zulks!
Maar nooit, mijn Vriend, rocht
mijn nonkel
zoo ver, mij zijn
koppel wijsheden te veropenlijken — immer wierd
hij op het
moment der ontvouwing door het een of ander belemmerd. Doch
in het jaar van zijn dood… Ik moest vóór hem komen staan.
Ik biecht
u, dat ik bééfde van bewogenheid, mijn Vriend. Zijn
handen daalden op mijne schouders en hij blikte
mij door de
oogen tot in de ziel: — Benedict
, sprak hij plechtig, — gij kunt
de wereld sterk door-komen met slechts twee wijsheden, onthoud
zulks! Mijn nonkel
wachtte een pooze
, voer alsdan
voort:
— Benedict
, de eerste wijsheid luidt… Ai, den droes, Benedict
,
ik ben haar warelijk
vergeten… Maar dit verscheelt
niemendal
. De tweede wijsheid is zonder twijfel de gewichtigste
.
Ik kondig u de tweede wijsheid. Luister. Zij luidt…
Pastoor Poncke
brak af, murmelde — Héé! Héé! — en ving
zachtjes te lachen aan:
— Héé, Mijn-Heer Spiessens
, wilt gij wel van mij aanvaarden,
dat ik de tweede wijsheid vergeten ben!… Ai mij, ge struikelt…
ja, klamp u gerust vast aan mijn toogmouw
…
— Ik… Eerwaarde, haperde
de Apotheker
, — ik duizel…