bladzijde << 87 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

ik ben zat, geloof ik… de koppige wijn van den BaljuwBaljuw

— Mijn Vriend, beleerde Pastoor PonckePoncke, — aan de zatheid is nooit de wijn schuldig, steeds de màn… Zóó beschonken evenwel zijt gij, dunkt het mij, niet. De buitenlucht heeft u ietwat overrompeld… En men moet zijn maat kennen. Ik ken mijn maat. Gij niet. Wij zijn aan mijn pastorijwoord. Zal ik ù thuisbrengen?

— Neen, het is al voorbij.

— Ja, gij staat weêrom vaster op de onderleden. Ei, waar heb ik nu mijn sloterwoord? Ah, hier. Mijn Vriend, gij wildet mij raden inzake mijne likdorens. Op mijn beurt valt mij een raad voor ù in. Peinswoord niet, dat ik u kapittelwoord. Verre vandaar. Het is echter een geschikt oogenblik. Gij leest Voltairewiki, nietwaar? Gij moest dit nalaten, Mijn-Heer SpiessensSpiessens — nalaten, uit liefde voor uw ziel en geweten en uit broederschap voor paapwoord PonckePoncke. Gij moet u voortaan verdiepen in vier Boeken. Voltairewiki maakt allerminst gelukkig en maakt iemand op den duur zelfs weerloos. Ge voelt u, door Voltairewiki te lezen, gelijkwoord in een gevang. De ganschewoord wereld is u een gevang en alle menschen zijn u ingekerkerdenwoord. Gij staart u lijkwoord dood op de medegevangenen. Eenigszins waarheid of niet, Mijn-Heer SpiessensSpiessens?

Voltairewiki…, schermde de ApothekerSpiessens. — Och, misschien hebt gij het bij 't rechte… ik kan niet ontkennen, dat…

Pastoor PonckePoncke greep de hand van den ApothekerSpiessens:

— Mijn brave Vriend, wij gaan slapen. Goênnacht.

— Goênnacht, Eerwaarde.

— Ho, mijn Vriend. Ik moet u de vier Boeken nog zeggen. Zij bevrijden uit het gevang. Het zijn de Evangeliën. Lees voortaan de Evangeliën. Tot wederziens, Mijn-Heer SpiessensSpiessens.

De ApothekerSpiessens ging. Stijf recht-op. Zijling nevenswoord hem gleed zijn groteske schaduw.

87
© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl