bladzijde << 89 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

PASTOR BONUS I

God volvoerde eenen vroegen, machtigenwoord zomer over het Vlaamsche land. Dagen aaneen scheen de hemel een koepel van blauw staal, van waaruit de zon haar zengende hitte neerjoeg over gronden, woonstenwoord en menschen. De wind lag dood, de akkergrachten lagen ijdelwoord. De aarde korstte hard gelijkwoord steen en barstte, tevergeefs dorstend naar laving. De granen roerden met geen aar. Loodzwaar woog alom de stilte, lijkwoord een ongenade.

De boeren lamenteerdenwoord, klampten Pastoor PonckePoncke aan, zeggend:

— Ons koorn verkommert, de oogst zal bitter blijken, vaardig alstublieft een ommegang uit door den buiten, gelijkwoord tien jaar verleênwoord binstwoord zulk een eendere moordende droogte!

Pastoor PonckePoncke weifelde:

— Ik torn ongaarne aan Gods bestierwoord. Niet ùw, Zìjn wil geschiede, gelijkwoord er geschreven staat: Gij beklaagt u over uwen bodem, ìk kan mij beklagen over den mìjne. Zaagtwoord ge mijn lochtingwoord, ge sloegt de handen tezaam. Ik ben per slot boer als gij. En ja, ik versta uw beslommering. Een ommegang echter: het is God dwang berokkenen met man en macht. Ge zijt al te voorbarig. Ik bespeurwoord nog niemendalwoord van wanhoop in uwe pupillen en ge zijt nog niet grijs geworden van smart. Weet ge hoe ik handelen zal? Ik sta, priester zijnde en PonckePoncke heetende, in vertrouwelijke

89
© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl