bladzijde << 90 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

verbintenis met Ons-Heer. Mijn brevieringwoord zal een plechtigen ommegang vervangen. Ik zal op mijn SocratesSocrates God vragen om regen. Ik vlei mij, dat Ons-Heer mij gehoor spillen zal, mits gij geen geheime doodzonde hebt bedreven. Overigens hebt gij uw kruis in lijdzaamheid te torsenwoord. Crux ancora vitae.1spreuken Amen.

Des anderendaagswoord toog Pastoor PonckePoncke erop uit, teneindewoord God te verbidden. Afwijkend van de gemeenlijkewoord route reed hij al de koornvelden van het Damschewiki langs, de hitte manhaftig braveerendwoord. Zijn brevierboek had hij ditmaal niet vannoode. : — SocratesSocrates, had hij bij den afreis gezegd, — indien gij bidden kunt, bid, bidde ik u. Gij, ezels, zijt onder de viervoetige dieren, met den os en het schaap, uitverkorenenen des Heeren. Gij zijt tòch gedoopt bijaldienwoord, niet door mijn hand, doch door den Heiligen Geest. Gij zijt verduldigen van nature. In het tweevoudige naamt gij, o SocratesSocrates, het Kruis op u. Zoude ik u dan niet beter van hart achten dan het meerendeel der menschen? Uw eenige fout is uw koppigheid. Diergelijkewoord buien echter vallen bij u slechts schaarschelijk voor. De menschen, mijn Vriend, zijn ìmmer halsstarrig. Zij verstaan God niet, de menschen; hùn wil moet steeds de voorste zijn. Och, SocratesSocrates, eens was Benedict PonckePoncke juist gelijkwoord zij. Toen doorlaaide mij, wat ik benaamwoord: het Saulus-PaulusmomentHandelingen 9:1. Het geschiedde in mijn theologantentijdperk. De mensch, betweter in allerhand, mijn Vriend, weet van zichzelve geen speldekop af. Hij loop vreemd in het eigen corpus. Ha, Socrates-vriendSocrates, toèn blìksemde het mij eensslags: ik ging Benedict PonckePoncke schouwenwoord in al zijne nietigheid en in al zijn verwatenheid. Ik ontleedde mijn wezen gelijkwoord de anatomistwoord een doode dompelaarwoord. Ik legde elk vezelke properkenswoord bloot. Hoe ik mij alsdanwoord scháámde voor God, SocratesSocrates! Ik had in een muizegat willen kruipen voor eeuwig. Maar toen, doordienwoord ik mij-zelve

© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl