bladzijde << 95 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

hemel… arbeid is gebed, o Heer, en luiheid des duìvels… ze verdrijven dien oppersten helle-ling gemeenlijkwoord door den reuk van hun lijfzweet; het dunkt hem wierook en wierook zuivert van het kwadewoord… En buitendienwoord: Nullum sine auctoramento malum est.1spreuken

— Zoo bestaan zij, de boeren van Dammewiki, Heer-God en niet anders.

— En een nagelken meewaren met Uwen armen dienstknecht Benedict PonckePoncke en met SocratesSocrates, mede Uw dienaar… Uw zon zuigt al de sappen uit ons lichaam, maar weet, o Heer, al moeten wij drie etmalen pelgrimeeren, wij staken nìet… Ai, en mijn moeshof, Heer… 't is geenszins uit hebzucht geuit, geloof mij, want mijne boeren wegen mij het zwaarste, nimmer was ik onredelijk…

— Zegen de velden, mijn Heer en God!

— Zegen de wrochtingwoord en het waken!

— Verkwik de vrucht… Doe mijne boeren in lach, zij lachen niet dikwijls, de slameurwoord laat niet vlot af van hen…

Pastoor PonckePoncke zweeg stil, zich bekruisendwoord.

In de verte tamptewoord het midnoenwoord van de Lieve-Vrouwe en de hoeveklokskeswoord klepelden schafttij.

Pastoor PonckePoncke lichtte den tikwoord van den schedel en voer met den neusdoek over aangezicht en tonsuurwoord:

— Snakheet, SocratesSocrates, ik kan mijnen neusdoek uitwringen van één veeg! Hola, wat is dat? Ei, schrik toch niet zoo, mijn Vriend, het is niemendalwoord dan ieverswoord een boer, die paft op een rat of een bunzing… het kwam van gindschen hof, geloof ik… Zoo raswoord te verschieten: gij zoudt een kwalijkwoord soldaat zijn! Hoe gij doomt, mijn Vriend! Maar devoorenwoord zijn devoorenwoord. Nochtans dunkt het mij, dat wij recht hebben op een spannewoord laveienswoord. Ont-

95
© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl