bladzijde << 115 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

en doet mij een beetje eten. Maar wat baatwoord het te eten, wanneer men dood moet?

— Gij dooltwoord met den dood gelijkwoord SanderkenSanderken met het leven dooltwoord, MiekeMieke.

— Ik doolwoord niet. Binnen drijwoord dagen lig ik over aarde.

— Gij bedriegt u.

— Neen, zegde het wijveke beslist. — Doodsdroom is doodsdroom. Ik zou met den Engel mee willen, maar Hendrik zal het mij verweigeren en mij in-spinnen met woordzeem. Hendrik is de duivel… Ai-mij, ik geloof dat ik hem ruchten hoor —, staat hij niet bachtenwoord u?

— Verbeelding, MiekeMieke. Ik bemerk geen spoor van hem. En dat gerucht is de kater, die gonst op de raamrichel in een riem zon. Zoudt ge niet van uw spondewoord komen?

Neen, neen, weerde MiekeMieke haar hand aan die van Pastoor PonckePoncke onttrekkend. En zij begon stillekens te schreemenwoord.

MiekeMieke, troostte haar Pastoor PonckePoncke, — blijf liggen indien gij dit het liefst hebt. Ik zal een Vader-ons voor u bidden.

— Ja, snikte het vrouwke.

En Pastoor PonckePoncke zegde luid-op het Onze VaderMatteus 6:9Lucas 11:1.

— Zoo, MiekeMieke, nu kunt ge gerust zijn. En wil ik u eens wat zeggen? Over drie dagen zijt gij springlevend en uw droom zal u rook blijken. En eet toch een luttelwoord, MiekeMieke. Baatwoord het niet, het schaadt evenmin. Of drink zoo nu en dan een bekerken melk. Ik zal KatrijneKatrijne bij NelleNelle elken dag een kanneke melk laten bezorgen. En morgen kom ik weêrom en we koutenwoord over schelpkens en schaapkes, al navenant. En geloof maar, dat Hendrik geen teen over uwen drempel wagen zal. Als Paapwoord PonckePoncke een Vader-ons leest, vlucht Hendrik honderdduizend mijlen hier vandaan. En op de pastorijwoord en in de Lieve Vrouwe zal ik voor u bidden. Alla, MiekeMieke, tot morgen.

115
© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl