bladzijde << 117 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

lijk getempteerd evenals Sanderken TeirlinckSanderken. De zuiverste zielen doet gij het schrijnendst zeerniswoord aan. Ik, Benedict PonckePoncke, priester van Dammewiki, biechtwoord U er niemendalwoord van te doorpeilenwoord. Dat eenmaal boven ons gebeente een beter geslacht moge geboren worden. Amen.

Den dag nadienwoord wierdwoord Pastoor PonckePoncke met Ons-Heer bij MiekeMieke geroepen. In gebed schreed Pastoor PonckePoncke door de straten en achter hem luidde de koster in koorkleed de bel. De voorbijgangers ontblootten het hoofd of knielden. Pastoor PonckePoncke bemerkte het amper. Hij kwam bij MiekeMieke en bediende haar. Zij leek als uitgeteerd. Pastoor Poncke'sPoncke latijn zong over haar heen. Hij had niet gewild, dat zij biechttewoord. : — Uw leven is een biechtwoord geweest, MiekeMieke —, gij zijt schuldeloos voor den Heer-God lijkwoord een pril graske.

MiekeMieke heurwoord adem minderde snel.

Pastoor PonckePoncke aaide heurwoord beenderige hand:

— Ge kunt thans gerust sterven, MiekeMieke. De dood is schoonwoord. De dood is de Engel, dien gij zaagtwoord —, deze met de lange zwaansvleugels, geheugtwoord gij het u nog?

MiekeMieke hijgde, en haar vrije hand krampte in de sargiewoord en in haar oogen verscheen entwatwoord schrils.

— Ge moogt niet benauwd zijn, MiekeMieke. Gij zult voortaan heemenwoord bij Ons-Heer. Niemand zal u hinderen en gij zult den lof Gods zingen met de andere zielen. Ik geloof, MiekeMieke, dat gij schoonwoord zult kunnen zingen. Ons-Heer zal u hooren en naar u monkelenwoord. Ah, MiekeMieke, ik wilde dat ik met u mede kon reizen. Wat is er, MiekeMieke? Wat zegt ge? Hèndrik? In uwe darmen? MiekeMieke, geloof dat toch niet. Woel niet zoo, MiekeMieke. Wie gelijkwoord gij stillekens sterft in Gods armen, kan geen Hendrik genakenwoord. Gij zult gelukkig zijn. MiekeMieke toch!

Het stervend wijveke wilde omhoogkomen, zeeg terug op de

117
© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl