bladzijde << 119 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

Een droom doodde haar, een schijnlijk booze droom. Het blijkt de schoonstewoord der droomen te zijn geweest. Finis coronat opus.spreuken Het einde kroont het werk.

Het nonnekenon murmelde.

Pastoor PonckePoncke verliet het huizingskewoord.

Drie dagen later wierdwoord MiekeMieke begraven.

Twee nonnekesnon van het Sint JanJansgasthuis verzeldenwoord de uitvaar.

Pastoor PonckePoncke brevierdewoord voort door de dagen van oogstmaandwiki. De vrucht was binnengehaald, de stoppelgronden vlakten onder de zonnelucht, in een plots onaantrekkelijke blootte, welke Pastoor PonckePoncke de vóór-oogstsche kortere tochten hernemen deed. Hij arriveerde nu weer aanmerkelijk vroeger aan Sanderken Teirlinck'sSanderken woon, en sprak telkens langduriger met het snijderken, in stijgende onrust verkeerend omtrent diens ziel. Maar elk woord van hem sloeg teloor lijkwoord tegen een botten muur en SanderkenSanderken bleef de gevangene van zijn doffe ellende. En er kwam van langsom entwatwoord schuws over SanderkenSanderken alsof Pastoor Poncke'sPoncke bezoeken hem benarden en eens stietwoord SanderkenSanderken eruit: — Laat mij met vree, astublieft, wat hierbinnen zit, ge krijgt het er immers toch niet uit?

Doch Pastoor PonckePoncke liet niet van hem af. Het is een onnut herder, die zijne kudde verwaarloost. Pastoor PonckePoncke was een herder naar het hart van Ons-Heer. Uren lag hij des nachts slapeloos en dubde erop, hoe SanderkenSanderken morgen aan te pakken. Sanderkens gemoed was hem een mysterie geworden. Hij poogde het te ontleden; hij bevond dìt bij SanderkenSanderken zóó te wezen en dìt dùsdanig. Maar de geworven gewisheid bleek altijd weer falikant en onmachtig een kentering te veroorzaken.

Een dag aan het einde van zomermaandwiki, zag Pastoor PonckePoncke, SanderkensSanderken huis op een half boogschot afstands genaderd zijnde,

119
© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl