bladzijde << 122 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

SanderkenSanderken!, hijgde hij.

SanderkenSanderken was doof. En dan geschiedde het. Een geweldige plons. SanderkenSanderken had zich in de wateringwoord geworpen.

— Heere! …, uittewoord Pastoor PonckePoncke radeloos staande op den oever en tevergeefs zocht hij ringsomwoord naar ieverswoord hulp. En keek toen naar SanderkenSanderken, die zóó berekenend zijn plan volvoerde, dat de dood hem vlot beetgrijpen kon: een instinctief verweer en het water sloot zich over hem.

— Heere!, uittewoord Pastoor PonckePoncke nogmaals. En het volgende oogenblik was hij rechtstandig tot de heupen in de smalle wateringwoord gesprongen, voelde zijn voeten wegzinken in de moer, graaide op goed geluk met den arm en had SanderkenSanderken beet. Snel klauwde hij de vrije hand hecht in het boordgras, en wrochtwoord zich daarna moeizaam met de knieën op den wal, SanderkenSanderken met zich sleurend. En daar lag hij nu, uithijgend nevenswoord den drenkeling, die het aangezicht in het gras prestewoord, op het droge. Na een poozewoord rechtte hij den romp en zàt, zich stuttend op de palmen.

— Wat zijn dat nu voor manieren, SanderkenSanderken, schroldewoord hij.

— Zie mijnen toogwoord eens. En waar is mijn tikwoord? Ah-ja, die ligt ieverswoord op het veld en ik vind hem seffenswoord wel. Maar wat zijn dat nu voor manieren van u. Ge ziet mij komen en vat de vlucht als ware ik een rabouwwoord en niet uw pastoor. En dáár nog niet van: ge smijt u rats in het water en ik moet trachtten u er uit te krijgen. SanderkenSanderken, Ons-Heer treurt om u, gij hebt Hem afvallig willen zijn. Tja, nu ligt ge daar te schreemenwoord van spijt om uw on-daad. Zonder mij waart ge nu dood geweest in dat leelijke water. Hoe kunt ge zoo onordentelijk handelen! Dood — wat hebt ge eraan, SanderkenSanderken! Peinstwoord ge dat de dood u profijten biedt! Ge hebt uw leed willen verdrinken, bevroedwoord ik, ge hebt uw eigen willen versmachten. Schoonwoord. Maar dood is nog niet dood, mijn vriend, bij lange niet? Wil ik u eens wat zeggen!: de dood bestáát niet en

© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl