bladzijde << 127 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

haren arm de gereinigde soutanewoord. Hij wilde bereidswoord aanvangenwoord met KatrijneKatrijne marewoord te bieden van zijn jacht op den dief van dien nacht, alswoord KatrijneKatrijne, hem bemerkend, van onder den toogwoord een pijl haalde en hem deze niet onboosaardig toonde. De jacht verwierdwoord tot entwatwoord schemerigs en een vermoeden steeg en groeide tot een onbehaaglijke feitelijkheid. Maar Pastoor PonckePoncke kuchte eens, kuchte de feitelijkheid in het Nergens en het andere op de tong, gebaarde fierheid en sprak:

— Ha, KatrijneKatrijne, ge hebt den pijl gevonden, welken ik deez' nacht afschoot op een dief! Schóónwoord. Dànke.

— Dief?, smaalde de maartewoord. — En dàt dan? Hier, het schot is dwars door uwen toogwoord gegaan. Twee klinken! In de achterste klink is de pijl blijven haperenwoord. Díef? Zegt gij niet steeds, dat er binnen Dammewiki geen dieven zijn? Zonde voor God. Zulke klinken vallen niet weg te repareeren. Uw toogwoord is bedorven. Gij hebt op uwen toogwoord geschoten.

— Tja, knikte Pastoor PonckePoncke, ineenen voor de schrelle waarheid gesteld. — Tja, het heeft er veel van dat gij het bij 't rechte hebt, KatrijneKatrijne… Geef mij den schichtwoord eens over, ik bevat niet, hoe… Ai-mij, ik heb een kapotte pijl opgelegd, eene zonder knop… het hout is hier puntig, gelijkwoord ge ziet. Lijkwoord een dief in den nacht komt de dood. Loven wij God, Katrijne-dochterKatrijne. Zie, ik zucht van geluk.

— Uw toogwoord verramponeerdwoord, dat noemt gij geluk? Maria-Jozef, het is om te weenen!

— Bedaar, Katrijne-kindKatrijne. Acht eens op het koppel klinkscheuren. Pal door de hartstreek. Hadde ik den toogwoord aan het lijf gehad, ik ware dóód geweest…Hodja

KatrijneKatrijne heurwoord bolle oogen spiegelden plots ontsteltenis.

— Nietwáár?, vraagde Pastoor PonckePoncke. — En is zulks geen

127
© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl