bladzijde << 129 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

— Ah-maar, ik het 't ventje toch eigen-oogs gezien op den vloer van zijn vlieringske!

Pastoor PonckePoncke achtte niet op het verweer.

— Hij had het mij toch belóófd…, mompelde hij, en scherp tot het wijfwoord:

— Hij heeft zich verhàngen?

— De koord strop hem nog rond den hals —, mijn vent zegde… Pastoor PonckePoncke luisterde niet. In den geest schouwdewoord hij SanderkenSanderken, hangend aan een rond een balk geknoopt lijn. …SanderkenSanderken, arm manneke, ge hadt het mij lijkwoord bij eede… Maar dat was inzake het water… Heere, vergeef uwen dienstknecht, vergeef het hem zoo hij schuld draagt aan SanderkenSanderken dood! Peccavi!1spreuken Arm, listig SanderkenSanderken! Hij wist niet wat hij deed. (Pastoor PonckePoncke bekruistewoord zich:) Domine, miserere super peccatore.2spreuken Hij zal een kerstenewoord begraving genieten. (tot de vrouw:) Ik verzelwoord u. Efkes mijn tikwoord.

En hij verliet met de vrouw de pastorijwoord, haastig schrijdend en biddend. Een een kwart stondewoord naderhand luidde de Onze-Lieve-Vrouwe Sanderken Teirlinck'sSanderken verscheidenwoord en drie dagen later wierdwoord SanderkenSanderken in de groeve gelaten in het bijzijn van dezelfde nonnekesnon, die Mieke MusschenschrikMieke op heurenwoord laatsten gang begeleidden. En die van Dammewiki murmureerden in 't verholene op Pastoor PonckePoncke, vermist hij SanderkenSanderken een steewoord in gewijde aarde gejondwoord had, want SanderkenSanderken immers bedreef de doodelijkste aller zonden? Was de kerkhofgrond en waren in het bizonder de groeven der ordentelijke doode kerstenenwoord van Dammewiki niet voor alle eeuwigheid onteerd? Mijn-Heer Pastoor verzaakte aan de heilige regels, niet louter híerdoor, maar eveneens, waar hij op eigen hand miskes las voor de ziel van een zelfmoorder, hetgeen, onder

129
© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl