bladzijde << 130 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

vier oogen gezegd en gezwegen, op het halen van den baarlijkenwoord duivel binnen het kerkschip neerkwam…

Aanvankelijkwoord wierdwoord Pastoor PonckePoncke niemendalwoord van de lispeling gewaarwoord. Gelijkwoord immer brevierdewoord hij door de stede en groette alle parochianenwoord minzaam. Een nanoenwoord echter zegde hem KatrijneKatrijne:

— Eerwaarde, het ligt mij al lang op de lippen, maar ge hebt scheefwoord gehandeld met een zelfmoorder in de root te begraven!

— Wat verluidtwoord gij mij, KatrijneKatrijne? Gij zegt zulks?

Ganschwoord Dammewiki, Eerwaarde.

— Zoo, laat ze betijenwoord. Maar dat gìj, KatrijneKatrijne… ben ik een man van devoorenwoord of niet? Ja, ik ben het. Zwìjg, KatrijneKatrijne. Ge slaat onverantwoordelijke kalpraatwoordGanschwoord Dammewiki… Ah, maar ik zal ze krijgen! Geen vertrouwen in mij, hun priester, te stellen, het is een schand… Uit mijne oogen, KatrijneKatrijne. Ik ben kwaad, ik ben gerecht kwaad. Zij zullen het raswoord weten! Principis est virtus maxima nosse suos.1spreuken

Met drift, stampend bijkanswoord, begaf Pastoor PonckePoncke zich naar de boekerijwoord en aldaar hoorde KatrijneKatrijne hem nog geruimen tijd overentweer dreunen.

En den eerstvolgende Zondag beklom Pastoor PonckePoncke na het Evangelie van de hoogmis den kanselwoord en stak er het sermoenwoord van zijn leven af:

Beminde Parochianenwoord!

Ik ben maar een simpel priesterken, een armzalige dienstknecht des Heeren, ijverend voor uwe zielen en uwe zaligheid volgens het mij door den Heer-God toegemeten vermogen, en ik ben slechts een triestig zondaar gelijkwoord gij allen. Heb ik het Heelal geschapen, beveel ìk de vaarten der wolken en den zegen der malsche regens? 'Laas, neen. Ik ben die ik ben: een stofke in het

© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl