— God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest, telde
Katrijne
traag en niet ontriomfantelijk.
— Pront
. En nu zal ìk u het wetenschappelijk bewijs leveren
van het vreemd feit, hoe dat Eén tevens Driè kan zijn. Luister.
Ik kom bij u in de keuken en leg er op uw schotelbank een handvol
sneeuw en een brok ijs. Daarnevens
plaats ik een panneke met
water. Ge schouwt
aldan drie verschillende dingen, nietwaar,
waarvan de sneeuw het éérste is, het ijs het twééde en het water
het dèrde. Kunt ge mij volgen, Katrijne
? Prachtig. Ik zet het
panneke met het water thans op het vuur en werp in het panneke
de door mij verzamelde sneeuw en het stuk ijs. En ik beid met
veel patiëntie
, Katrijne
. Wàt zie ik onder mijne oogen allengs
geschieden? Het water wordt warm en navenant de warmte vermeerdert,
smelt de sneeuw en het ijs rapper. En per slot ontdek
ik van sneeuw noch ijs iets meer. De sneeuw veréénde zich met
het water. Het ijs handelde insgelijks. Drie dingen zijn één ding
geworden. Is dit geen bergvast bewijs voor het bestaan der
Goddelijke Drie-Eenheid, Katrijne
? Ja, gij beaamt mij nu wel,
doch uwe oogen verraden mij, dat het juiste bestel der affaire
niet geheel tot u doorgedrongen is… Och, Katrijne-dochter
,
zulks is u ook niet van noode. Een kerstinne gelijk
gij, beseft een
diergelijk
mysterie met het hart, en dit is oneindig beter. De
wetenschap verarmt elkendeen
, die geen priester is. Geloof geldt
méér dan alle wetenschap, alle geletterdheid. Gelóóf, het
kèrstenen-geloof, wel te verstaan, Katrijne
, omsluit alle wetenschappen
ter wereld. Trouwens: Nisi efficiamini sicut parvuli, non intrabitis in regnum coelorum.1
Schaf een paar blokken op
den haard bij, wilt ge? Het vuur is ietwat verflauwd. En ik heb
intusschen goesting
bekomen
in mijn bokaal
. Ik verneem, dat wij
de kinderen word, zult gij het Koninkrijk Gods niet binnentreden.