bladzijde << 163 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

een rijken ruitermantel, 'tgeen Sint MaartenMaarten verrichtte. En een koppel zwijnssaucijzenwoord zult ge eveneens vol blijdte ontberen. En eenige ribbekes zou…

De boer wierdwoord roeriger onder Pastoor Poncke'sPoncke hand, grommelde binnensmonds en verdraaide zonderling de oogen.

— Mijn zoon, houd u toch bedaard, suste Pastoor PonckePoncke vaderlijk. — Ik heb u zoo verwittigdwoord voorzichtig te wezen. De duizendkrankte is niet mis. Ja, luikwoord uwe oogen en luister alzoo naar mij, vroom en vredig. Eenige ribbekes gingen mijne haveloozen eveneens uitmuntend te pas komen…, patiëntiewoord, laat mij een aêmke bedenken, wat ik zoo al… Ah, daar is uw huisvrouw; vrouwen zijn schranderder dan manskerels op dit stuk.

Gedurende zijn betoog had Pastoor PonckePoncke reeds eenigen tijd achter de deur van de opkamer gestommel vernomen. Thans was de deur opengeweken en vertoonde zich de bazin op den drempel, een schriel menschke met een blauwzwarte kaproenwoord en een gestippeld jak. Haar neus geleek een bollekèt. Haar dikke lippen gingen van elkander en haar hardbruine oogen smeulden verdacht. Maar Pastoor PonckePoncke liet zich niet verschalken. Minzaam zegde hij haar:

— Gods benedictiewoord voor u, vrouw. Ik accordeerde daarseffens met den boer inzake eenige presenten in vleesch ten behoeve der armen van Dammewiki. Ha, ik klopte niet tevergeefs bij hem aan. En de goedheid van zijn ziel heeft blijkelijk zijne smarten doen slinken, gelijkwoord ge bemerkt. Hij wil dan grif afstaan: de hèlft van dat geduchtewoord baken daar, vìer saucijzen…Och, dit is tegaar genoeg. Elders zal ik nog meer verwerven. En ik kan altijd nog terug komen of JaakJaak de groenselierwoord opdragen uwe gunsten in natura voor mij te innen. Nietwaar? Wacht, ik zal zelve snijden, ik zie daar een mes op uw tafel…

En Pastoor PonckePoncke greep het mes, en een stoel, en stond schielijkwoord

163
© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl