bladzijde << 165 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

tig —, dooden op te wekken en levenden te dooden. Men kan dit lid in dienst stellen van den afgrond en men kan het in dienst stellen van Ons-Heer, hetwelk ik pleegwoord. Ik ben zoo contentwoord lijkwoord een kind. Spijtig, dat gij zoo lang in de kou moest toeven. Bedenk evenwel, SocratesSocrates, dat wij sámen knechten Gods zijn. Uw taak is veelal, te beidenwoord op mijn komst of mij op uwen rug te doen brevierenwoord. Elkendeenwoord dien op de hem meest geëigende manier. God schonk ons mens sana in corpore sano.1spreuken Wat wenschen wij meerder? Geen duit, zeg ik u.

Hierna sloot Pastoor PonckePoncke den mond en SocratesSocrates liep eigenwillig wat druistigerwoord aan. Zoo betraden zij den tweede hof. Pas taaktenwoord Pastoor Poncke'sPoncke voeten op het erf, of, God-weet-waar-vandaan, schoot, onheilspellend, blikkertandendwoord een enorme hond op hem af. Met tegenwoordigheid van geest bukte Pastoor PonckePoncke naar een nabijen steen, teneindewoord zich ermede tegen een, volgens hem gewissen, aanval te verweren, en klemde zijne vingeren om het wapen, dat echter niet van den bodem vrij te willen scheen. Het zweet brak Pastoor PonckePoncke plotseling uit. — Héé, siste hij nijdig bij zichzelve, — welk een onmogelijk hof, waar men de steenen op den bodem vastlijmt en de honden los laat loopen! Verwilderd bliktewoord hij rondom zich en dan weer op den hond, die, op vier, vijf ellengten van hem vandaan, laag gromde en binnen een paar tellen, doorschichttewoord het Pastoor PonckePoncke, zijn aarzeling zou hebben overwonnen. Entwatwoord van een schietgebed ving bereidswoord in hem aan alswoord de hond, op den roep van een logge stem, zijn plan varen liet en kwispelstaartend wendde. Pastoor PonckePoncke verademde:

— Hee, SocratesSocrates, boer en gebed hebben ons gered (en tot den uit de veestallingen naderenden boer:) Danke, man. Ik voel mij lijkwoord weergekeerd uit de krochten van den Gehoefde.

165
© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl