bladzijde << 166 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

Nemo ante obitum beatus dici potest.spreuken Prijs niemand gelukkig alvoorwoord hij zijn leven beëindigd heeft! Hebt g' efkes tijd voor mij? Ik heb namentlijk een zaak met u af te handelen.

De boer, breed-geschoêrd en bolgebuikt van welgedaanheid, zegde:

— Mijn-Heer Pastoor is steeds welgekomen. (hij wierp een blik op een der manden) Mijn-Heer Pastoor is op in-koop?

— Het is te zeggen…, ontweek de goede herder van Dammewiki, — op in-koop met een platte beurs…

Het roode gezicht van den boer verduisterde.

— Vleeschwaar is op den dag van vandaag goùdwaar, Mijn-Heer Pastoor…

— Ik wéét het, ik wéét het, bevestigde Pastoor PonckePoncke gul. — Prontwoord daarom ben ik gekomen. Ik sta befaamd als een merkwaardig onthouder. Een belofte, mij eenmaal gedaan, al ware het vóór een eeuw, zinkt bij mij nimmer in de vergetelheid. Gij hebt twee jaren verleênwoord een belofte, een geheel dwanglooze belofte, jegens mij afgelegd.

De boer haalde de schouders op.

— Zij kan u ontglipt zijn, natuurlijk. Maar niet mij, vriend. Ge beloofdet mij: — Mocht u, Mijn-Heer Pastoor, het water eens tot aan de lippen stijgen, klop kalmkes bij mij aan. En nu hééft het water deze hoogte bereikt. Men zal de hongerigen spijzenwoordPsalmen 146:7Lucas 1:53

— Indien gij honger hebt, mijn wijfwoord zal u gaarne een boterham snijden!

— Gij draait listig. Och, ik kan een scherts wel verdragen. Doch om in het serieuze te vervallen: binnen de parochiewoord bloeit de ontbering, boer. Armoe bloeit altijd het rijkst en het rapst. Er zijn vrouwen met borstkinderen — bleeke, saplooze vrouwen. Er zijn knapen en meiskes van zuìver vel over been. Er wordt dezen winter droef geleden.

© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl