bladzijde << 172 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

introk. En zich weer tot den één-oogige wendend:

— …Dammewiki is geen Parijs, gelijkwoord ik u verklaarde. Gèld, mijn vriend: mocht ik op gèld bogen, gij ontwaardetwoord mij op dit tijdstip hier niet vermitswoord de reis van heden door mij nooit zoude zijn ondernomen.

— Uw beùrs!, eischte de één-oogige van her met vervaarlijke felheid.

— Héé, gij zijt bekwaamwoord met puidwoord te scheren, bevroedwoord ik, antwoordde Pastoor PonckePoncke. — Maar gij kunt schéren, er komt geen haar af… Ha, ha, gij doet mij lachen met u zoo dom te gedragen. Dammewiki's papenwoord zijn sedert een eeuw pooverewoord papenwoord. Gij had u tweehonderd jaar vroeger te mijnent moeten melden. Alstoen bloeide de stede Brùggewiki en Antwerpenwiki te boven. En buitendienwoord ben ik nog Pastoor PonckePoncke. Vernaamt ge nooit van mijn bestaan? Ik gis van neen. Eilieve, dan zijt gij kwalijkwoord onderricht, want ik ben befaamd tot in de Abdijwoord van Eecloowiki. Laat SocratesSocrates toch vrij, alstubelieft… Ik begin waarlijk te gelooven, dat gij tot het rooversrot behoort… Het zij zoo. Doch zulks verleent u nog niet het recht een geestelijke te belagen. Koestert gij geen eerbied voor mijn kleed? Neen? Voor twee soutanenwoord dan? Zie, ik heb er twee aan vanwege KatrijneKatrijne heurwoord zusterlijk inzicht… Neen? Voor mijn getonsuurdewoord persoon? Evenmin? Voor twee toogenwoord èn mijn gewijde persoon? Neen? Dat versta ik niet, dat versta ik niet…, hoofdschudde Pastoor PonckePoncke.

— Saucìjzen!, zegde een der roovers, die zich spijtswoord Pastoor Poncke'sPoncke verbod verstoutte den inhoud van een mand te ontblooten.

— Hèsp!, zegde een ander.

— Zwìjnskarbonaad!, ontdekte een derde verlekkerd.

— Afblijven, àfblijven!, sprak Pastoor PonckePoncke straf. — Eerst koutenwoord. Mijn vriend…, bad hij den één-oogige, — gij, die

© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl