bladzijde << 174 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

vijfhonderd man te spijzigenwoordMatteus 14:17Marcus 6:41Lucas 9:14… Waarom lacht ge, doorluchtige kapitein?

— Het waren er vijf duizend!, grinnikte de een-oogige lijze.

— Sst!, beaamde Pastoor PonckePoncke haastig, en zich naar hem toebuigend: — Niet zoo luid, uwe onderdanen, aan hunne tronieswoord te bespeurenwoord, gelooven mij amper de vijfhonderd… (en hij vervolgde onverstoorbaar:) — …omtrent vijfhonderd man spijzigdewoord. Goed, ik gìng — evenmin lijkwoord gij uit overmaat van weelde door kaapzucht bevangen. En mijne mandekes vulden zich gildig. Ziet, ge moet het alzoo opvatten: gìj vormt een bende en ìk vorm een bende. Het is zede, mijns erachtenswoord, dat de eene dief nimmer den anderen dief besteelt. Kwestie van eer. Eer moet geëerd worden. Bijaldienwoord, vrienden, verafscheidwoord ik mij van u. Allee, SocratesSocrates!…

— Ho, Paapwoord, ge komt niet zoo vlot van ons af!

— Héé, waarom niet? Ik heb u toch alles uiteengedaan? En gìj, naar ik gewaarwierdwoord, als kerstenrooverwoord

De één-oogige loechwoord luidkeels.

— Broers, welk een kluchtige paapwoord. Waarachtig ik ben bijkanswoord bekwaamwoord hem te laten loopen!

— Zulk malsch spek, ge zoudt wel zotwoord zijn!, watertandde een schelm.

— Ik proef den smaak van de hespwoord in den mond, uittewoord hoopvol een ander.

— Mijn vriend, kaatste Pastoor PonckePoncke, — dan hebt ge geen hespwoord meer noodig.

De één-oogige hield zich de zijden:

— Hàhaha! Hàhahaa!…

— Lach, vriend —, lach!, beleerde Pastoor PonckePoncke. — De lach is een onschatbaar medicijn. Geheugwoord u Erasmuswiki van Rotterdam,

© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl