bladzijde << 176 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

vestenwoord —, waarmede ik slechts verdietschenwoord wil, hoe het tamelijk ongeraden is beleg te slaan en ik u menschlievend gezind ben, ofschoon ik uw koente niet in twijfel trek —; nietwaar, gij verstaat mij? Beproef dieswoord elders uw fortuin, bidde ik u…

— Accoord, wijlwoord gij het zijt, gaf de één-oogige toe.

— Danke. Gaan wij thans dichter bij uw vuur.

En zij deden het, schaapachtig, en lieten zich op-zijn-snijderswoord neêr rondom de vlammen en beiddenwoord Pastoor Poncke'sPoncke prediking.

— Welaan dan, ving Pastoor PonckePoncke aan. — Ho, ik heb nog ééne geringe voorwaarde. Ik stemde erin toe u met rozen te bewerpen. Zaagtwoord g' ooit rozen zònder doornen? Eén enkele duidelijke doorn dient gij van mij te aanvaarden. Ik zal uwe doeningwoord vergelijken met Ons-Heeren omwandeling op aarde en men heeft Hèm duizend doornen niet gespaard. Dat eene duidelijk doornke voor ù dus…

— Accoord, uittewoord de één-oogige ongeduldig.

— Danke, vriend, ik begin.

En Pastoor PonckePoncke schraapte de keel en stak van wel, breedelijk gebarend:

Pater sum, ergo cave. Qualis vita, finis ita. Furca vacua, et silva latronum plena.1spreuken Uwe zonden hebt gij u op het aangezicht gemaald, hetwelk van menig kerstenwoord niet kan gezegd worden en, vrienden, dit is een punt tot uw profijt. En uit oorzaak van dit punt, schenkt de Heer-God mij oorlofwoord in groote beelden tot u te spreken. Hoe diep heeft Ons-Heer geleden op deze wereld. Hij had geen steen om zijn hoofd op neer te leggenMatteus 8:20Lucas 9:58, en ù, gis ik, gaat het niet veel onkwalijkerwoord. Ons-Heer was een zwerver en ook gìj, schijnt het mij, zìjt het. Hìj zwierf verzeldwoord door zijne Jongeren — gìj handelt vrijwel gelijkelijkwoord, waar gij groepsgewijs ons Vlaan-

© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl