bladzijde << 182 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

Anders uitgedrukt, indien mijne oude oogen mij niet bedriegen, zijt ge geen grein uitgeteerd en zie ik de knoopkens van uw jak nog steeds op de eendere steewoord vastgehecht…

KatrijneKatrijne keek donkerder en klemde de lippen tegaar, hetgeen Pastoor PonckePoncke het vermaan ontlokte, dat zij blijkelijk hare ziel verwaarloosde voor het lichaam. Zulks liep haar te ver en zij borst ratelend uit, dat Zijn Eèrwaarde háár had verwaarloosd door het beste eetbare weg te schenken en dat zij hun gebeiden niets dan vervrozen kool had overgelaten ofschoon hij beweerde, dat nevenswoord de ziel ook het lijf het zijne dient te krijgen — en wat kunt ge bereiden van kool en zeenenwoord? Hij moest wel gepeinsdwoord hebben, dat zijn maartewoord de kunst van het koken kwijt was geworden, maar niet zìj was de schuldige!

Katrijne-dochterKatrijne, ik verzeker u, dat ik niemendalwoord heb gedacht.

— Dat zegt ge nù…

— …en zal ik op mijne stèrfspondewoord uitenwoord. Gister nog gaf ik Mijn-Heer den BaljuwBaljuw te kennen: in heel Vlaanderen bestaat er geen zoo voortreffelijke kokkin gelijkwoord mijne KatrijneKatrijne —, zij is tot miraculen bekwaamwoord en bakt desnoods pasteien van zeezand, welke gij verorbert lijkwoord roomtaart. Ziedaar, KatrijneKatrijne. En thans ga ik brevierenwoord.

En Pastoor PonckePoncke zadelde en besteeg SocratesSocrates en droomde zich lente-bode gelijkwoord de zwaluws. Na echter een paar boogschotlengte welgemoed te zijn voortgewandeld, hield SocratesSocrates eensslags halt.

— Héé, uittewoord Pastoor PonckePoncke bevreemd, en efkes naderhand, daar SocratesSocrates zonder de minste oorzaak volharddde in den stilstand, wederom: — Héé!? — en hij rukte zacht aan den teugel. SocratesSocrates verroerde niet.

— Héé!, herhaalde Pastoor PonckePoncke ongeduldiger, — wat hapertwoord

© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl