bladzijde << 184 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

— Als het dat maar is, Mijn-Heer Pastoor, het is in een amerijwoord voorbij.

Corneel CaboorCorneel stelde zich achter SocratesSocrates in postuur en poogde, zijn alm dwars aan Socrates'Socrates achterdeel, het dier in gang te nopenwoord. Alle moeite was tevergeefs.

— Ge kunt gauwer, hijgde de grafmaker, — een heel huis verschuiven dan uwen ezel, Mijn-Heer Pastoor.

En gaf het op.

Pastoor PonckePoncke schudde het hoofd:

CorneelCorneel, ik versta mij niet aan SocratesSocrates. Bedenk, jaren en jaren Vrienden, één van geest en één van wil — en nu dìt…

— Mijn-Heer pastoor, sprak de grafmaker wijs, — het is de ouderdom. De ouderdom heeft streken en mijn vader handelde al precies eender lijkwoord uwen SocratesSocrates: hij stak zich entwatwoord in den kop tegen alle draad in en kreeg het er maar eens uit… Ik schat SocratesSocrates omtrent zijn levens-ende, omtrent de vijftig… Ezels worden ouder dan paarden.

— Tja, zegde Pastoor PonckePoncke peinzendwoord, — ze worden oud, en zulks komt doordienwoord zij al grauw zijn bij de geboorte…

— Wil ik u een raad geven, Mijn-Heer Pastoor?

— Ik bidde u erom, CorneelCorneel.

— Verkóóp hem, verkóóp hem, Mijn-Heer pastoor. Ge gaat naar Bruggewiki en in een amerijwoord

— Eh?, blies Pastoor PonckePoncke. — Dat noemt gij een raad? SocratesSocrates verkóópen? Uw beste Vriend ter wereld versjacheren? Peinstwoord ge, dat ik van het slag van Jozefs broêrs benGenesis 37:23? Schaam u, CorneelCorneel!

Gelijkwoord gij wilt, Mijn-Heer Pastoor —, gelijkwoord gij wilt, verzachtte de grafmaker, — mijn raad was er eene van een eerlijk slag… Welhéére!, verbaasde hij zich.

Hij had recht zich te verbazen, want SocratesSocrates stapte almeteenswoord

© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl