bladzijde << 187 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

uwen rug u niemendalwoord meer? Wierdtwoord g' uwen Schepper afvallig? Toè, SocratesSocrates! Néén? Néén? Ge doet mij warelijkwoord wrevelen. Ge stelt u aan gelijkwoord een nar. De menschen belachenwoord u bijkanswoord. Moet mijn wrevel zóó verwrangen, dat ik u den lieden presenteer: — Hunc deridendum vobis propono!—?spreuken In het Vlaamsch vertolkt: — Ziethier, gijlieden, dezen bespottelijken sinjoor!—? Is dit uw begeeren? Ach, gelijkwoord gij hier mal mart, biedt gij der parochiewoord een onstichtelijk schouwspel…

Pastoor PonckePoncke voltooide het betoog niet. En àlles geschiedde als het ware tegelijkertijd: de deur der RuttaertRuttaert-huizingwoord, welke openweek, de gedaante van de oudste der gezusters op den drempel, heurwoord zoetige lach, heurwoord vroom veinzende stem, waarvan Pastoor PonckePoncke slechts een paar woorden vernam èn Socrates'Socrates in een breviergang raken, zóó zuiver, dat zijn berijder onwillekeurig het getijdenboek tot dicht onder de oogen hief.

En wel een kwart uur leed Socrates'Socrates plichtsbetrachting en zij ontlokte Pastoor PonckePoncke zijne groote tevreeheid. : — Eindelijk bezont g'u, mijn Vriend. Nochtans hoop ik niet dat alleenlijk Mejoffer Melanie RuttaertRuttaert u ertoe aanspoorde… Ha-neen, daar is geen spraak van. Het was een wonderlijk toeval en niemendalwoord anders. De vaakwoord is van u afgegleden en gij weet u frisch lijkwoord nooit tevoor. Een vakerig man is weinig heer over zijne daden; er hangt lijkwoord nevel onder diens schedeldak. Hoe lentelijk brevierenwoord wij, Socrates-vriendSocrates! Hoe één zijn gij en ik! Vriendschap is een soortementwoord van twee-éénheid. Zij is gaaf of zij existeert ganschwoord niet. Nimmer kan zij van één kant komen. De bal wil zijn keer, nietwaar? Hoor die wilderiken-van-musschen in dien vaarttronk! Het voorjaar bevangt mij zoodanig, dat ik kwalijkwoord brevierwoord. Alsof door het latijn niet steeds entwatwoord van de lente waait. Hoor dìt, SocratesSocrates — gij beseft er immers mede een beetje van —?:

187
© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl