bladzijde << 189 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

Corneel CaboorCorneel…, begon KatrijneKatrijne.

— Wat Corneel CaboorCorneel…?, viel Pastoor PonckePoncke kregelig uit, en dan milder, want zijn drift berouwend: — Wat meent ge met den grafmaker, Katrijne-kindKatrijne?

— Hij zegde 't mij van SocratesSocrates. De ouderdom, zegde hij. Met oude ezels kan men niets aanvangenwoord. Mijn-Heer Pastoor moest hem naar Bruggewiki doen, zegde CorneelCorneel. En het ìs zoo, SocratesSocrates wòrdt oud, Eerwaarde en dan…

— Dus ook gìj, KatrijneKatrijne?

Zij zwegen.

Buiten ratelde een wagen.

Het geluid verwijderde zich.

KatrijneKatrijne!, sprak Pastoor PonckePoncke zonder de maartewoord aan te zien. — Luister. Spreek mij niet meer van Socrates'Socrates oud-worden en van Bruggewiki. SocratesSocrates is mij lief gelijkwoord gìj mij lief zijt. SocratesSocrates blìjft op de pastorijwoord. Bruggewiki? Nooit-ende-nimmer. En lang mij nu mijn wijndronk op de boekerijwoord.

Met deze uiting vermeendewoord Pastoor PonckePoncke de affaire betreffende SocratesSocrates voorgoed afgehandeld. De wijn evenwel smaakte hem niet en alswoord hij zich later op den dag aan de studie wijdde, wilde zulks evenmin bijsterwoord vlotten, vermochtwoord hij het niet, het denken uitsluitend bij de letters te bepalen. Vroeg strekte hij zich te ruste, kon zijne ligging niet vinden, wendde van links naar rechts, lag per slot ruggelings te glarenwoord in de duisternis en dubde willens-nillenswoord op zijne gevaarten met SocratesSocrates. Eindelijk indommelend hoorde hij ijl door zijn hoofd den ergerlijken stemklank van Corneel CaboorCorneel, wierdwoord wakker en hoorde het alsaanwoord doormalen: — Verkóóp hem, verkóóp hem, Mijn-Heer Pastoor! Pastoor PonckePoncke vocht ertegen, want hij rekende het louter duivelstemptatie. Hij werd daar doodmoe van, sliep, eenige uren naderhand, dof in.

189
© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl