bladzijde << 200 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

— Redelijk, nogal redelijk mag ik zeggen, Mijn-Heer Pastoor. In mijn jonkheid…

— Help mij, bid ik u, efkes op SocratesSocrates, alzoo heet mijn ezel. Ik moet voort.

Met stut van het peekewoord rochtwoord Pastoor PonckePoncke veilig in het zadel. — Danke, mijn vriend. De Heer-God krone u met honderd jaren — en, héé, met een blanken florijn, welken hij u bereidswoord op voorhand jontwoord.

En Pastoor PonckePoncke plantte het peekewoord het gevonden muntstuk in den palm, en SocratesSocrates tordwoord verder.

Na de straat een endeke te hebben door gereden, mende Pastoor PonckePoncke SocratesSocrates een zijstraatje in, uit oorzaak van den geestelijken straatnaam: Jerusalemgang.

— Mediteer op Ons-Heeren incomste binnen de heilige stedeMatteus 21:1Marcus 11:1Johannes 12:12, Socrates-vriendSocrates — de straten zijn er, naar ik las, niet minder smal en eender vol kronkels, alzoo vervaardigd teneindewoord de oostersche zon te weren — de koelte stort er u aangenaam over het hoofd… Héé!!

Pastoor PonckePoncke verschoot scherp en SocratesSocrates bleef staan van den weêromstuit. Onverhoeds brak de Jerusalemgang af en voor hun oogen krioelde en tumulteerde het witwoord van de reis van Dammewiki naar Bruggewiki: de paardenmarkt.

— Heere! De Vinger Gods, SocratesSocrates! Betichtwoord niet mìj u te hebben verschalkt, ik wist niet, dat het gangske ter markt leidde, ter steewoord alwaar uw vonnis voltrokken wordt. Ik ben diep treurig. God-zelve echter bestierdewoord uwe hoeven. God ontkomt geen schepsel. 'Laas, mijn Vriend —, 'laas… De ure van het eeuwig vaarwel luidt. Hoe kortstondig blijken onze vele jaren van tegaar-zijn. Hier verlaat ik uw lichaam.

Pastoor PonckePoncke steeg af.

— Kom. Toonen wij ons monter spijtswoord alle bitternis.

© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl