Ons-Heer wankelt niet. Hij dient en houwt
af wat nood doet
.
Socrates
was voorbij. Vivat(0)
Socrates
!, vermeende
hij vermetel
en schouwde
uit naar den remplacant
.
Hij sprak een ouden boer aan:
— Mijn vriend, waar staan hier de ezels te koop?
De boer lichtte hem in. Mijn-Heer Pastoor zou de ezels niet in
veelvuldigheid ontwaren
ter markt. Maar wanneer hij deze root
paarden tenden
liep, zou hij een boerke vinden met 'nen ezel.
Pastoor Poncke
bedankte met een benedictie
, drumde boud
door
een troppeling luidruchtige kooplieden, bereikte de aangeduide
plaats en sloeg met het boerke aan het onderhandelen.
— Mijn vriend, die hier stelt ge te koop, nietwaar? Eens grondig
bekijken. Hm, lager dan Socrates
, hetgeen zijne voordeelen heeft.
Hm, kruisloos. Een ongunstig omen
, alhoewel… Leeftijd?,
vraagde hij het boerke.
— Twaalf, zonder liegen, Mijn-Heer Pastoor.
— Natuurlijk zonder liegen. Een man Gods beliegt
men niet.
Twaalf. Hm. Ik ben een kenner, weet ge! Twaalf. Zal mij rijkelijk
overleven… Hoe heet hij?
— Pier, zegt mijn wijf
.
— Gìj zegt het niet?
— Ja. Mijn wijf
zegt het.
— Ik weet er alles van, mijn vriend. Ik versta u ten volle. Ik
heb mijn Katrijne
. Pìer. In recht roomsch. Petrus. Eenerzijds de
rots
, anderzijds de drie haneschreeuwen


. Socrates
liet geen ruimte
voor uitgletsen… wìjsheid, zònder meer… nochtans, het is
niet al goud wat blinkt… Help mij op deze petra1
, vriend.
Geen katten in zakken. Ik ben gezeten. Danke. Hm. Niet onbehaaglijk.
Minder breed dan de voorganger. Mijn brevier
. Ei,
ik liet het op de pastorij
. Spijtig, want een keuring verrichtte men