bladzijde << 206 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

pad. …Alzoo zijn nu de stedelingen, concludeerde Pastoor PonckePoncke, — ze mogen borgerwoord of priester zijn. Hij heeft mij herkend voor een buitenpastoorke en zijne stedelijke fierheid verbiedt hem zich met mij te moeien. De liefde Christi dunkt mij hem verre te wezen. Geen wonder, dat Ons-Heer die van te lande het meest bemint, gelijkwoord Sint FranciscusFranciscus ergens verklaart. Och, ik wilde, dat Bruggewiki achter mij lag… Heer-God, bestel mij, uwen nederigen knecht, een SocratesSocrates —, ontferm U mijner, alstubelieft!

Amper had hij de smeeking beëindigd of hij vernam, boven het marktgedruischwoord uit, een schreeuwende stem:

— Wie heeft er goestingwoord in dezen ezel? Hij mèlde zich voor het te laat is, ik had hem al honderd keeren kwijt kunnen zijn! Ah, welk een machtigwoord beest! Sterk lijkwoord een hengst! Willig lijkwoord een lam! Gezond lijkwoord een snoek! En tegen geringen prijs! Liefhebbers, hìer moet ge zijn —, boeren, mulderswoord, haast u! Welk een machtigwoord beest! Welk een machtigwoord beest!!

Pastoor PonckePoncke dwong druistigwoord een paar boeren opzij. De Heer-God verhoorde zijne smeeking zóó onmiddellijk als ware hij, Benedict PonckePoncke, Hem uitzonderlijk welgevallig. Welk een fraai dier zou het door den Heer-God aangeprezene zijn! SocratesSocrates, SocratesSocrates, hoe zult gìj erbij in het Niet belanden — al zal de heugeniswoord aan u innig voortleven. Zwijgt de roeper nu ineenen! Goddank, ik hoor hem nog. Maar het klinkt wijder weg. Een Teeken Gods herhaalt zich nimmer. Nochtans trekt het gelijkwoord zeilsteen. De roeper roept nog…

Gesmoorder klonk het roepen thans.

Gejaagd spoedde Pastoor PonckePoncke zich voort, mompelde duizend „Verschooningenwoord” vanwege zijn ruig baanbreken en zijn blik zocht rusteloos.

En daar klonk het geroep, hetwelk hij „een psalmodieeren”

© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl