bladzijde << 207 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

roemde, wederom nabijer en hellerwoord op. Pastoor Poncke'sPoncke puntige ellebogen porden in ribben en lendenwoord en er wierdwoord gevloekt. Het raakte hem niet. Een groot geluk golfde hem door de ziel. En dan stond hij eensklaps voor den roeper en den ezel van dien roep, stond zoo star gelijkwoord SocratesSocrates te staan plachtwoord… vóór SòcratesSocrates!

— Héé!, slaakte hij een zweem onthutst.

En toen trok over zijn gelaat een lange monkelingwoord en het geluk golfde grooter en onstuimiger door hem heen.

De roeper riep hartstochtelijk door, zong Socrates'Socrates lof in alle toonaarden, zag Pastoor PonckePoncke, klapte den muil toe, wilde alsdanwoord uitleg bieden omtrent het feit, dat SocratesSocrates nog niet verkocht was…

Doch Pastoor PonckePoncke liet hem er geen tijd toe, vattewoord SocratesSocrates bij den teugel:

— Héé, de verkooping wordt geschorst, mijn vriend. Het zoude waarlijk een schande zijn, van een SocratesSocrates met zulke puike kwaliteiten afstand te doen. God zegene u. Danke. Kom, Socrates-vriendSocrates!

En Pastoor PonckePoncke voerde SocratesSocrates uit het gedrang en besteeg hem kort naderhand vanop een hoogen stoepsteen. En sukkelde Bruggewiki uit en bevond zich op de baanwoord Dammewaartswiki. Hij had de gewaarwordingwoord van iemand, wiens vlucht uit het gevang rijkelijk slaagde. De monkelingwoord week niet van zijn gezicht.

Socrates-vriendSocrates, wat God vereenigd heeft zal de kleine mensch niet scheidenMatteus 19:6Marcus 10:9. Ons-Heer heeft u mij slechts dierbaarder willen maken. Vergeef mij mijne menschelijke zwakheid, bidde ik u, mijn Vriend! Nu kan alleen ùw of mìjn dood ons scheiden. Vereeuwig ons zooveel het u lust, SocratesSocrates, wij hebben den tijd. En wij zullen altooswoord den tijd hebben, alhoewel wij gezamen in het toekomende minder dikwijls zullen brevierenwoord. Gìj bekomtwoord alzoo

207
© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl