bladzijde << 216 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

zou ik het een kwalijkwoord teeken vermeenenwoord, proefde mij de wijn minder aangenaam: het begin van het einde, mijn Vriend —, het begin van het einde… Wij zijn er.

Hij stalde SocratesSocrates, en keek daarna toe op KatrijneKatrijne heurwoord doeningwoord aan den steenput. Toen KatrijneKatrijne haaren emmer gevuld op den putboord had, vertelde hij haar:

— Niemand, Katrijne-kindKatrijne, weet wat hem het volgend moment kan geschieden. Het eene oogenblik verkeert men in zoete mijmering, het andere zijt ge bijkanswoord rats verdwenen. Zulks gebeurde mij deez' uchtend. Ik blik òp uit mijn gemijmer en zie SocratesSocrates niet meer. Ik spiedwoord her en der. Geen SocratesSocrates. Alsof de aarde hem verslonden had, KatrijneKatrijne. Héé, hadde ik mij op zijnen rug bevonden, ik ware eveneens verdwenen geweest. En vermitswoord men niet uittijgenwoord kan zichzelve te zoeken en te vinden, had ik met SocratesSocrates voorgoed weg kunnen zijn. Mijn engelbewaarderwoord echter verhoedde zulks. Ik was bekwaamwoord te zoeken en ik vond. KatrijneKatrijne, ik mag er niet aan denken!…

Eenigszins verwilderd schouwdewoord KatrijneKatrijne naar hem op en haar mond gaapte half open.

— …niet aan denken, voer Pastoor PonckePoncke voort. — Entwatwoord bizonders tijdens mijne afwezigheid, KatrijneKatrijne?

KatrijneKatrijne antwoordde niet dadelijk. Te zeer was haar geest verstrikt in Pastoor Poncke'sPoncke gedachtenweefsel. Pastoor PonckePoncke zag haar vechten om eruit verlost te raken: haar voorhoofd rimpelde en ontrimpelde zich bij beurte. Ràmp tastte zij en òn-rede en wierdwoord er niet uit wijs. Eerwaarde was diep geletterd. Zij, KatrijneKatrijne, vermochtwoord nauwelijks te lezen en te schrijven. Wanneer Eerwaarde zegde, bijkanswoord verzwonden te zijn geweest, moest dit op werkelijkheid berusten, al vermochtwoord zij het niet den draad te volgen.

De worsteling was tendenwoord.

Haar voorhoofd effende zich geheel.

© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl