bladzijde << 224 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

wrochtingwoord om op een stoel neer te zijgenwoord gelijkwoord een wrak. Zij toetste praktijkelijk ontalligewoord volksche remedies, zonder verstilling te verwerven. Zij lette er zorgvuldig op, 's uchtends het eerst de linkerkous aan te trekken en des avonds weêr het eerst uit; zij beschikte over een dozijn tooverformulen; zij knipte alle Vrijdagen hare nagels; in haar bandzak droeg zij bestendigwoord vier mollenpootjes en zeven verschrompelde kastanjes; zij papte op de krankewoord wang, spoelde den mond met lauwe melk; zij roosterde kruiden op een vuurtest en ademde er gulzig den damp van in… Thans wendde zij de remedie aan van EulalieEulalie van den BaljuwBaljuw: zij maakte een breipriem gloeiend aan het einde en hield de hitte bij het oor aan den geplaagden kaakkant. Drie dagen bereidswoord was zij ermee doende.

— Ik beklaag u diep, geloof mij, Katrijne-dochterKatrijne, bemeewarigde haar Pastoor PonckePoncke, thuiskeerend van de jongste brevieringwoord. — Wanneer ik u bezie en u verneem, constateer ik, dat mijne duivelkens kinderkens zijn bij de uwe.

— Ai-ai… !, kreunde KatrijneKatrijne met den rooden priem bij het oor.

— Vermildert het nog niet, mijn dochter?

— Oie…, steunde KatrijneKatrijne.

— 'Laas, 'laas!, stemde Pastoor PonckePoncke met haar in. — Het is wederom de kies, indien ik het wèlwoord heb?

— Ha-i, uittewoord KatrijneKatrijne en zag haren meester aan gelijkwoord een schaap, dat men kelen gaat.

— De naald dooft uit, wees Pastoor PonckePoncke. Hij kuchte en hernam op egalen toon: — KatrijneKatrijne, ik heb eens doorgedubt op die naaldremedie. Het dunkt mij, al zit gij honderd jaren alzoo, het zal niet loonen. Ik vergeleek daarseffens mijne duivelkens met de uwe. Ik koester namentlijk de meening, Katrijne-kindKatrijne, dat de duivel u in de macht heeft en u voorzeker deerlijker molesteert

© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl