dun gelijk
een molik
. Ik weet warelijk
niet, hoe Katrijne
mijn
toestand nog langer te verheimelijken. Een geluk, dat het verzworven
katerke Moorke
de pastorij
kwam binnenwandelen. Zij
verwent het gelijk
een kindeke en het heeft zulks geducht
noodig.
Het ìs bijkans
geen katerke, docht het rif ervan en ìk ben er van
baljuwschen
omvang bij. Alweer een punt in mijn profijt. Een
mensch moet niet te rap
klagen. Evenwel, Katrijne
heur
keukenkost
kan ik niet meer verduwen.
Hij ontbood Katrijne
op de boekerij
.
Zij verscheen met Moorke
aan heur
hart.
— Katrijne
, zet u, bid ik u, gebaarde Pastoor Poncke
. — Ik heb
een affaire te bespreken. Uw Moorke
…
— Is 't over Móórke?, vraagde Katrijne
in ongemak. En zij
aaide het katerke gestaag over het vel.
— Ten deele, Katrijne-dochter
. En in overdrachtelijken zin.
Koester geen angst, dat het dierke mijn misnoegen heeft opgewekt.
In het land van Egypte wierd
, eeuwen voor Ons-Heer op
aarde, de kat vereerd als god of godesse. Waarom zoudt gìj uw
Moorke
dan niet vereeren, nietwaar? Ik wilde vragen: zijn
Moorke
zijne ribbekes nog niet gekussend, Katrijne
? Neen? Spijtig,
spijtig. maar dat komt nog, het is u toevertrouwd. Ge wéégt
hem elken dag?
Katrijne
knikte, aaide.
Pastoor Poncke
glimlachte. Moorke
had hem, Benedict Poncke
,
op den tweeden rang gedrongen. Vrouwen zijn onberekenbaar.
Nochtans had Katrijne
wellicht gelijk
. Moorke
immers was aanzíenlijk
magerder dan hij…
— Terzake, Katrijne
: uw Moorke
is verschrield door honger en
zal in 't korte onder uwe zorgingen verzwaren. Katten zijn van
nature geen asceten. Maar ìk ben het, Katrijne-dochter
en daarom
wil ik in de toekomst slechts pap verorberen…