bladzijde << 230 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

— Pàp?, schrok de maartewoord.

— Pap, KatrijneKatrijne en niemendalwoord anders dan pap. Pap uit puur geestelijke schikking. Sedert lang voel ik talent, aanleg voor pap. — En de lever, de coteletten, al mijne braadsels en baksels? Dus ik ben bij u maartewoord om pàp te bereiden!

— Uitsluitend, KatrijneKatrijne.

— Ha-maar! KatrijneKatrijne sloeg de handen tegaar en merkte niet, dat MoorkeMoorke van haar schoot rolde.

— Van u af aan ziet ge in mij een asceetwoord, KatrijneKatrijne.

— Ja, ge zegde zulks reeds, maar was is dat voor een ding…?

— Alle heiligen waren asceten, KatrijneKatrijne. Uit boetedoening, KatrijneKatrijne. Boetedoening voor u, voor mij, voor een ander, voor zichzelf. Zij verachtten wereldsche pleizieren en lekkernijen. Sint FranciscusFranciscus at droog brood met asschewoord bestrooid. : — Dat geeft klaartewoord in de ziel, zegde hij. Ik wil gestrengelijk leven, KatrijneKatrijne. Enkellijk vermitswoord ik jaren-aaneen te danig van uw keuken, en dieswoord wérelds, genoten heb. Ik wil in den hemel komen, weet ge.

KatrijneKatrijne verschoof overentweer op haar zatewoord.

— Bedaard, KatrijneKatrijne. Ik betichtwoord u niet, gij zijn geen verleidster. Héé, hoe zoude ik asceetwoord kunnen worden zonder vooraf de genietingen uwer weergalooze kunst te hebben gesmaakt. Hoe kan men licht zijn zonder het bestaan der duisternis. Uw kunst was mij de nacht, KatrijneKatrijne. Eilieve, de nacht is schoonwoord. Hoog ruischt de wind door de stilte onder de sterren, KatrijneKatrijne —, de stèrren… Nu echter is de periode aangevangen van den dag. Gij verrichttet het uwe tot mijn heil, thans moet ik het mijne verrichten. Dat is helderwoord lijkwoord dauw. Niet dat ik van zin ben mij heiligheid te verwerven. „De Heilige PonckePoncke” — welk een mallepraat. Een doodsimpel Pastoorke van Dammewiki, acht ik mij. Het lust zijn eike nog des uchtends…

— Eike?

© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl