bladzijde << 233 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

KatrijneKatrijne, hoeveel wóóg MoorkeMoorke?

— Zeven onsen, als gij het weten wilt. Maar wat heeft dat ermede te maken?

— Mogelijk veel, KatrijneKatrijne. Zeg mij eens: hoeveel woog de schellevisch?

Prontwoord veertien onsen, zegde KatrijneKatrijne vol onwil.

— Héé, sprak Pastoor PonckePoncke verrast, — de helft van veertien onsen behelst zeven onsen. Lang mij de schaal, beval hij. Schóónwoord. Danke. Ik bied u een experiment, dochter-KatrijneKatrijne, van het zuiverste water. MoorkeMoorke is voorzeker onschuldig. Een vreemde kat is de roover, profeteer ik u. Lang mij thans de overgebleven helft van de schellevisch. De helft weeg zeven onsen, nietwaar?

Peinstwoord ge, dat ik niet wegen kan?

— Niet zoo onstuimig, mijn dochter. Heeft MoorkeMoorke recht op een pleiter of niet? Lang mij MoorkeMoorke, KatrijneKatrijne.

De maartewoord gehoorzaamde stuurs.

KatrijneKatrijne, ge gedraagt u onrechtvaardig, geloof mij. Zie, ik doe MoorkeMoorke op de andere schaal. MoorkeMoorke van zeven onsen. Ei, wat geschiedt er, KatrijneKatrijne. De schaal balanceert, de naald wijst het middenste cijfer. En nu vraag ik u in gemoede: is MoorkeMoorke schuldig of niet schuldig? Nìet schuldig, KatrijneKatrijne. Want wanneer dit uw MoorkeMoorke is, waar is dan het verdwenen schellevischstuk? En wanneer dit het verdwenen schellevisch-part verbeeldt, wáár wijlt uw MoorkeMoorke?

De fantazij baarde Pastoor PonckePoncke wederom slechts gering nut. Al dieper vattewoord het besef wortel, dat het lichaam-PonckePoncke den asceetwoord-PonckePoncke deerlijk overmocht. Het kostte (of 'koste', zie de verschillende uitgaven) hem danig inspanning, op den kanselwoord een sermoenwoord gaaf te voleindigen. Het kwam hem voor, hoe hij vanlangsom zijn greep verloor op de parochianenwoord. Hij kon soms beven op de beenen, zoodat hij, midden in een

233
© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl