bladzijde << 234 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

onderlijnende gestewoord, de gewaarwordingwoord had, alsof hij elk moment in elkander zoude zijgenwoord. Dan stutte hij zich schielijkwoord op den kanselboordwoord en voor zijn oogen wemelden de hoofden van zijn gehoor zotwoord dooreen en de ramen rochtenwoord in zwaaiende beweging en de kerkpijlers wankelden.

Doch dit alles, men mocht het hachelijk heeten, telde hij geenszins erg, want licht verklaarbaar. Er mangelde hem entwatwoord aan de maag. De maag weigerde haar taak. Zij toonde heurwoord zelfs de mildste meelspijzenwoord ongenegen en alsdanwoord raakt g' als maagdrager in hongersnood en er komt flauwte over u. Alle flauwten ten spijt echter, was zijn stem tot voor kort onaangetast gebleven, sermoendewoord hij even geduchtwoord als voormaals, beheerschte zijn geest haar volstrekt, en het is eene natuurlijke zaak, dat de geest de stem beheerscht en eene onnatuurlijke, wanneer de maag invloed op haar uitoefent en haar geniepig ondermijnt, hetgeen thans plaats vond. Hoe gaarne liet hij haar lijkwoord een onweer woeden over zijn parochianenwoord, haar schudden aan hunne ruige gewetens, zoodat zij 's avond zich de borst beklopten in overmaat van zonde-begrip! Ha, welk een faam verwierven zijne sermoenenwoord! Zij hielden de wildste gasten in toom. Zijn woord wierdwoord alom gevreesd. En alom bemind. 'Laas, vrees en minnewoord begonnen te tanen. Zijn stem vulde het kerkgewelf niet langer, zij miste den noodigen klaren klank, zij reikte bij-lange-na niet meer tot de achterste rooten hoogmisgangers, die dikwijls deden gelijkwoord de dooven en de hand aan het oor legden en den nek naarvoren rekten of entwatwoord van onverschilligheid aan den dag legden. En in de achterste rooten bevonden zich uiteraard de zwartste zielen, de zwaarst te vermurwene. Na de jongste hoogmis, toen de kerk leeg lag, had hij, bij wijze van overtuigende proeve, PruyckPruyck doen posteeren aan den westelijken kerkwand, had den kanselwoord beklommen en gepoogd tegen PruyckPruyck — wien hij last gaf de ooren af te sluiten

© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl