bladzijde << 238 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

ervan moet ik nog leeren. Maar dit is van later zorg, weet ge. Corneel CaboorCorneel beweert, dat ik krankwoord ben. Tja, wat wilt ge van een asceetwoord? Dat hij een athleet is, KatrijneKatrijne? Dat zou toch mal zijn, nietwaar? En mijn ascesewoord zou nu mede op mijn stem zijn overgeslagen, volgens den grafmaker. Er is iets van aan, ik loochen het niet. Ik had mij ten aanzien van mijne boetepleging perken gesteld. De ascesewoord was sterker dan ik, overschreed de perken… Maar, nogmaals, wat zal men er aan veranderen? Ik ben moedig, Katrijne-dochterKatrijne. De moedige zegeviert altijd. Héé…

Pastoor Poncke'sPoncke betoog stokte en zijn hand liet KatrijneKatrijne heurenwoord schouder vrij en ging aarzelend naar zijn hoog voorhoofd.

— Héé, ik word een beetje raar, KatrijneKatrijne!

De keuken wentelde en hij schouwdewoord Katrijne'sKatrijne aangezicht lijkwoord door een ruit, waarlangs water stroomt.

— Héé!…

Zijn handen zochten dwaas naar steun en toen voelde hij zich glijden — uit KatrijneKatrijne heurwoord armen glijden in eene vreemde leegte. Het wierdwoord heel donker.

© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl